e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
laten aanschrijven in ondertrouw gaan:   laote aansjrīēve (Voerendaal), poffen: ps. omgespeld volgens Frings.  lotmeͅrāšrivə (Teuven) III-2-2, III-3-1
laten aanslepen trekken en talmen: ps. omgespeld volgens Frings.  ān lōͅtə slēͅi̯pə (Ophoven) III-3-1
laten aanstieren aanstieren:   lǭtǝ ānštērǝ (Ulestraten) I-11
laten afkoelen het vlees laten besterven:   lowǝtǝ āfkølǝn (Neerpelt) II-1
laten aflopen afromen:   lotǝn afluǝpǝn (Oostham) I-11
laten afsterven het vlees laten besterven:   løtǝ ǭfstɛrvǝ (Tongeren), lǫsǝ āfštɛrvǝ (Terwinselen), lǫwǝtǝ ǭfstęrvǝ (Borgloon), lǭtǝ ǭfštɛrvǝ (Kerkrade), lǭtǝn āfštɛrvǝ (Oirsbeek) II-1
laten aftrekken een portret laten maken:   laten aaftrekke (Zutendaal), loaten aaftrekken (Vucht), əf loaten trəkkən (Tessenderlo) III-3-2
laten afvallen aflaten, afdraaien:   lø̜tǝn ǭf˲valǝ (Alt-Hoeselt) II-3
laten afvliegen omjagen:   lǭtǝ āf˲vlēgǝ (Beek), uit de rij zetten:   laten afvliegen (Lommel, ... ), lǫtǝ āf˲vlēgǝ (Houthalen) II-6
laten afweten verzuimen:   ət laotə aofweetə (Maastricht) III-1-4