e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
laten rijp worden fruit bewaren: verzamelfiche, ook mat. van ZND 1a-m, 38-51  laote riep wēēren (Meeuwen) III-2-3
laten rijpen fruit bewaren: verzamelfiche, ook mat. van ZND 1a-m, 38-51  laitte raipe (Millen), laotə rypə (Tessenderlo), laten rijpen (Maaseik), loate riepe (Bree), loaten riepen (Neeroeteren), loatə rijpə (Beverst), loote rijpen (Tessenderlo), lote rijpe (Sint-Truiden), lèten rijpen (Heusden), zə ləatə ri:pən (Overpelt) III-2-3
laten rijzen deegbollen wegzetten om ze te laten rijzen:   lǭtǝ ręjzǝn (Schinveld), rijzen:   lǭtǝ rīzǝ (Reuver) II-1
laten roepen iemands overlijden aanzeggen: znd 32, 71;  laoten ruppen (Eigenbilzen), laten roepen (Mopertingen), uitnodigen voor een begrafenis:   laoten ruppen (Eigenbilzen), laten roepen (Mopertingen) III-2-2, III-3-1
laten rossen de merrie bij de hengst brengen:   lǭtǝ rǫsǝ (Heerlerheide, ... ) I-9
laten rotten de klei laten rotten:   lǭtǝ rotǝ (Tegelen), het kleibed in de rot zetten:   lǭtǝ rǫtǝ (Milsbeek) II-8
laten rusten bewerken van het deeg op de werktafel:   lǭtǝ ręstǝ (Hasselt), de klei laten rotten:   lǭtǝ rø̜̜̄̄stǝ (Ottersum), laten trekken:   lātǝn røtǝn (Venray), lō.tǝ r ̇ø̜stǝ (Opitter) II-1, II-2, II-8
laten rusten in de onderoven deegbollen wegzetten om ze te laten rijzen:   lǭtǝ ręstǝ en dǝn ǫndǝrø̄vǝ (Hasselt) II-1
laten schieten betalen:   laote sjeete (Kinrooi), de melk laten lopen:   lǫtǝ sxitǝ (Overpelt), lǭtǝ šētǝ (Ransdaal), iemand zijn gang laten gaan: (= laten betijen).  laoten sjeeten (Geleen) I-11, III-1-4, III-3-1
laten slepen de ploeg uit de voor laten komen:   lǭtǝ slęi̯pǝ (Lottum) I-1