e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
laten murgen fruit bewaren:   loate moige (Ulestraten), verzamelfiche, ook mat. van ZND 1a-m, 38-51  lōͅtə moerəgə (Rekem) III-2-3
laten onderkomen onbruikbaar maken, verbruien:   loͅ.tə o.ŋərko.mə (Eys) III-4-4
laten ontzweten fruit bewaren: verzamelfiche, ook mat. van ZND 1a-m, 38-51  loate ontzweite (Eisden) III-2-3
laten opdrogen het vlees laten besterven:   lōtǝ ǫpdrȳgǝ (Maaseik), lōɛtǝn opdrøxǝn (Kotem) II-1
laten opgaan deegbollen wegzetten om ze te laten rijzen:   lǭtǝ opxōn (Beverst), het voorrijzen in de trog:   lǭtǝ opgǭn (Beek) II-1
laten opschrijven poffen: ps. letterlijk overgenomen (dus niet omgespeld!).  laote opsjrīēve (Puth) III-3-1
laten opstijven het vlees laten besterven:   luǝtǝ ǫpstęjvǝ (Zepperen), lōtǝ ūpstęvǝ (Sint-Truiden), lǫwǝtǝn opstɛjvǝ (Lommel), lǭtǝ opstē̜jvǝ (Helchteren), lǭtǝ ǫpstīvǝ (Rekem) II-1
laten paren aanstieren:   luǝtǝ pǭrǝ (Halen) I-11
laten rijden bedriegen:   loote rij-je (Beverlo), de zeug naar de beer brengen:   løtǝ rē̜i̯ǝ (Diepenbeek) I-12, III-1-4
laten rijden gaan de zeug naar de beer brengen:   lōtǝ rē̜ǝ gon (Broekom) I-12