e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
lastig kunnen ademen kortademig:   kan laestĕg oiemen (Rosmeer) III-1-2
lastig lopen moeilijk vooruitkomen:   hei löp lestig (Valkenburg), lestig loupe (Sittard) III-1-2
lastig maken treiteren:   imand lestig make (Berbroek) III-1-4
lastig melken zijn zich moeilijk laten melken:   (de koe) es lęstex mɛlkǝ (Oud-Waterschei) I-11
lastig mens knorrepot:   e lestig miensh (Overpelt) III-1-4
lastig mirakel lastig kind:   lestig merakel (Maastricht) III-1-4
lastig op het eten kieskauwerig: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  lestig op het ete (Gingelom) III-2-3
lastig patroon persoon met een lastig karakter: Vraag 383 is dubbel (dus 2 x 97 moet nog worden opgesplitst in twee lemmata: "persoon met een lastig karakter"; "een niet gemakkelijk, lastig karakter hebbend  eine lastige petroan (Neer), eine lestige petroan (Neer) III-1-4
lastig portret lastig kind:   e lestig pĕrtret (Geleen), lestig portrait (Maastricht), un lastich pətrèt (Kapel-in-t-Zand), persoon met een lastig karakter: Vraag 383 is dubbel (dus 2 x 97 moet nog worden opgesplitst in twee lemmata: "persoon met een lastig karakter"; "een niet gemakkelijk, lastig karakter hebbend  un lastich pətrèt (Kapel-in-t-Zand) III-1-4
lastig te melken zijn zich moeilijk laten melken:   (de koe) es lęstex tǝ mølkǝ (Bree) I-11