e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de duigen strijken bewerken met de schaafbank:   [de duigen] strīkǝ (Gennep), [de duigen] štrīkǝ (Tegelen) II-12
de duivel aandoen treiteren:   iemand den duivel aan doen (Kortessem) III-1-4
de duivel deruit jagen een kruisje op het brood maken:   den duuvel der oetjage (Venlo) III-3-3
de duivel heeft kermis donderen:   de duvele hötte kermis (Ulestraten) III-4-4
de duivel houdt kermis wisselvallig weer: Dit zegt men voor: regen en zonneschijn samen.  d⁄r duvel haat kirmes (Klimmen) III-4-4
de duivel in zich hebben van de duivel bezeten:   de duuvel in zich höbbe (Grevenbicht/Papenhoven) III-3-3
de duivel te slim af leep, doortrapt:   de duvel te slim af (Heythuysen) III-1-4
de dupe zijn gedupeerd:   d⁄n duup zien (Maastricht) III-1-4
de duvel aandoen treiteren:   dən dy(3)̄vəl āndōn (Rekem), eeme den duuevel aandoon (Bree), iemand den duvel āāndōēn (Houthalen), ieməd den divəl oan doen (Beverst) III-1-4
de duvel doen treiteren:   emend den duvel doən zeen (Rekem), chpiet doeë, plôge, der duvel doeë, zieje, tèrege - in crescendo.  der duvel doeë (Remersdaal) III-1-4