e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de dracht zien uitpersen van de baarmoeder, prolapsus uteri:   dǝ draxt zin (Brunssum) I-11
de dram aandoen kwellen: WNT: dram (II), zie drem.  den dram aandoon (Nunhem), treiteren: WNT: dram (II), zie drem. drem (I), dram. Een woord in de oostelijke dialecten in gebruik, in den zin van: drang, sterke neiging en ook: haast. Een drem tot iets hebben. [VD: *dram, *drem]  den dram aandoon (Nunhem) III-1-4, III-3-1
de drang was hoog vol zijn:   dǝ draŋ wā.s hű.x (Neeroeteren) II-3
de drie rozenkrans beden bij een dode de rozenkrans bidden bij een overledene:   de drie roeazekrans baeje bie nen doeaje (Montfort) III-3-3
de drie slagen kleppen:   de drie sjleig (Meerssen) III-3-3
de drie weken om bij dekking bevrucht:   dǝ dri wē̜kǝ ǫm (Obbicht) I-11
de dries blekken een weide scheuren:   dǝn drēs˱ blękǝ (Ellikom  [(ouder dan weiploegen)]  ) I-1
de dries omvaren braakland bewerken:   dǝn dris˲ emvǭ.rǝ (Genk) I-1
de duigen neveneen zetten het vat opzetten:   [de duigen] nē̜vǝnęjn zetǝ (Blerick, ... ) II-12
de duigen ronden bewerken met het snijmes:   dǝ dē̜gǝ rǫnǝ (Hasselt) II-12