e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de dop op de hand pakken een tol op de hand laten draaien: Hiervoor moest men met gestrekte hand, de wijsvinger en de middenvinger in V-vorm van elkaar gescheiden, de draaiende tol benaderen in dit V-vlak. Met een kort stootje met de wijsvinger duwde je de tol op de hand.  den dop oppe haand pakken (Eksel) III-3-2
de dop op de hand zetten een tol op de hand laten draaien:   den dop oppe hand zètten en doorgeven (Eksel) III-3-2
de dopeling vasthouden ten doop houden:   der duipeling vas hauwte (Klimmen, ... ) III-3-3
de dorst blussen drinken:   den dors blusse (Blerick) III-2-3
de dorst lessen drinken:   de doos lèsche (Buchten), de doosj lésje (Doenrade), de dós lessen (Montfort), den doost lèsje (Thorn), d⁄n dors lesse (Blerick), d⁄r doeësj lèssje (Klimmen), veel drinken:   dorst lèssen (Kesseleik) III-2-3
de dorst verdrijven drinken:   verdrieeve (Weert), vərdrīēvə (Grevenbicht/Papenhoven) III-2-3
de dorst verslaan drinken:   den dòrs verslaon (Venlo), versjlaon (Neer), verslaon (Gennep, ... ), versloân (Kesseleik), vərsjlaon (Beesel, ... ) III-2-3
de draad hek, hekwerk: (hedendaags)  den draod (As), terreinomheining:   dǝn draǝt (Lanklaar  [(Eisden)]   [Eisden]) II-12, II-12
de draad afschaven met de draad mee schaven:   dǝn drǭt˱ āfšāvǝ (Dilsen) II-5
de draad afslijpen een beitel wetten:   dǝr drǫat˱ āfšlīfǝ (Bleijerheide) III-2-1