e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de coupe leren leren naaien:   dǝ kup liǝrǝ (Maasmechelen) II-7
de dag hebben menstrueren:   de daa:g höbbe (Puth), de daag höbbe (Schinnen), de dáág hebbe (Koningsbosch) III-2-2
de dag is bijna om schemering, valavond:   den daag is bijnwom (Holtum) III-4-4
de dag komt in gen lucht dageraad:   dər dā.x kø.mt ˂egən lu.ət (Eys) III-4-4
de dag op bovenkomen, naar boven gaan:   dǝn dāx op (Eisden  [(Eisden)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]) II-5
de dag voor driekoningen driekoningenavond:   den daag veur Drei Keuninge (Maastricht) III-3-3
de das op gaan uitgaan: vgl. Sittard Wb. (pag. 68): das, das, sjaal. Oppen das oetgaon, of: oppen das oetzeen, stiekum liefde bedrijven.  d-n das op gaon (Geleen) III-3-1
de deeg mengen desemen:   den deig min⁄ge (Blerick) III-2-3
de deeg zetten desemen:   den deig zettə (Schinnen) III-2-3
de deksel afstoten uitkomen van het broed:   dǝn dęksǝl ǭfstūtǝn (Genk) II-6