e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
boiseur stutter:   bwasø̜̄r ([Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]) II-5
boisseau holle steen:   bwazō (Kuringen  [(meervoud: bwazōs)]  ), bwazǫn (Sint-Truiden) II-8
bok bed:   bok (Venlo), bindtoestel:   bok (Stokkem), bok:   bo.k (Eys  [(Oranje-Nassau I / III / IV)]   [Emma]), bok (Bleijerheide  [(Domaniale)]  , ... [Maurits]  [Maurits]  [Willem-Sophia]  [Emma]  [Laura, Julia]  [Julia]  [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]  [Wilhelmina]  [Maurits]  [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]  [Domaniale]  [Eisden]  [Domaniale]), buk (Maasbree), bø̜k (Nieuwstadt  [(Maurits)]   [Laura, Julia]), bǫk (Bleijerheide, ...  [Oranje-Nassau II, Emma, Hendrik]  [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]  [Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden] [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]), bǭk (Oirsbeek  [(Emma)]   [Maurits]), bok van het rijtuig:   bok (Amby, ... ), buk (Baarlo, ... ), buǝk (Boekend), bōk (Keent, ... ), bǫk (Achel, ... ), bǭk (Bocholtz, ... ), boosaardig paard:   buk (Tegelen), contrefort:   bǫk (Rothem), dommekracht:   bok (Klimmen  [(de bok is veel zwaarder dan de winde en wordt gebruikt bij het lichten van spoorwegwagons etc)]  ), driepoot:   bo.k (Roosteren), bok (Bleijerheide, ... ), buk (Horn), bǫk (Bocholtz, ... ), ezel:   bǫk (Bilzen), fundament van de schoorsteen:   bok (Maastricht), galgpalen:   bok (Mechelen), geselblok:   bok (Bree, ... ), getuigrek:   bok (Opglabbeek  [(knuppel met twee haken)]  ), bǫk (Achel  [(paal in de muur)]  , ... ), giertonschraag:   bok (Ottersum, ... ), graanhok, stuik, mandel:   bok (Berg, ... ), bǫ.k (Herstappe, ... ), bǫk (Aalst, ... ), haarblok:   bok (Neeritter), hakblok:   bok (Echt, ... ), halve pint, kwart liter, maat:   bok (Stein), haverhok:   bǫk (Aalst, ... ), heulbank:   bǫk (Tungelroy), hoefbalk:   bǫk (Middelaar), hoofdbord:   bu.k (Melick), bōk (Hoensbroek), bǫk (Meerssen), hooiruiter:   bok (Beek, ... ), bǫk (As, ... ), (mv)  bøk (Bocholt, ... ), houtrong:   bo ̝k (Niel-bij-As), bok (Bree, ... ), buk (Baarlo, ... ), bǫk (Beverst, ... ), jong mannelijk schaap tot ongeveer een half jaar:   bok (Hoepertingen, ... ), karsteun:   bok (Groot Genhout, ... ), buk (Maasniel), buǝk (Velden), bǫk (Maasmechelen, ... ), klapstoel:   bok (Maasbracht, ... ), knecht:   bok (Dilsen), buk (Heel), langgerekt hok:   bǫk (Diepenbeek), latierboom:   bǫk (Mechelen), maalstoel van de handmolen:   bok (Hoensbroek), mannelijk jong van de geit:   bok (Beek, ... ), buk (Baarlo, ... ), būk (Opglabbeek), bǫk (Beringen, ... ), bǫǝk (Bocholt), bǭk (Lanklaar), mannelijk lam:   bok (Beverst, ... ), buk (Rotem, ... ), bōk (Berg), mannelijk ree:   bEok (As), boek (Herten (bij Roermond), ... ), bok (Eys, ... ), bòk (Echt/Gebroek, ... ), bôk (Ell, ... ), mannelijk schaap:   bo.k (Achel, ... ), bok (Achel, ... ), boq (Eynatten, ... ), bou̯k (Guttecoven, ... ), boǝk (Peer, ... ), buk (Amstenrade, ... ), buǝk (Grathem), bõk (Stramproy), bōk (Berg, ... ), būk (Heythuysen, ... ), bǫk (Eksel, ... ), mannelijke geit:   bo.k (Baelen, ... ), bo.q (Aubel, ... ), bok (Aalst, ... ), boq (Amstenrade, ... ), bou̯ǝk (Tessenderlo), boǝk (Bilzen, ... ), bu.k (Eupen, ... ), bu.q (Sint-Pieters-Voeren, ... ), buk (Achel, ... ), buq (Beesel, ... ), buǝk (Grathem, ... ), byk (Eupen), bø̜k (Grathem, ... ), bō.k (Bergen, ... ), bō.q (Slenaken), bōk (America, ... ), būk (Tegelen), bǫ.k (Budel), bǫk (As, ... ), bǫq (Amby, ... ), menneke, binnenste deel van het hok:   bǫk (Achel, ... ), onderstel voor het blok:   bok (Neeroeteren), onvruchtbare geit:   bok (Diepenbeek, ... ), oud, versleten paard:   bok (Opglabbeek), persbok:   bok (Diepenbeek, ... ), bǫk (Bilzen), persoon met een lastig karakter: Vraag 383 is dubbel (dus 2 x 97 moet nog worden opgesplitst in twee lemmata: "persoon met een lastig karakter"; "een niet gemakkelijk, lastig karakter hebbend  bok (Stein), put:   bok (Montfort), rammelaar:   bok (Waubach), schraag:   b ̇uk (Herten), bok (Bleijerheide, ... ), bu.k (Herten, ... ), buk (Beegden, ... ), bǫk (Beek  [(meervoud: bø̜k)]  , ... ), schraagsteiger:   bok (Bleijerheide, ... ), schrappaardje:   bok (Lottum), slachtbrug:   bok (Hoensbroek), buk (Herten), smidshaak:   bǫk (Bilzen, ... ), snijbok:   bǫk (Houthalen, ... ), spinnewiel:   bok (Gelieren Bret, ... ), buk (Helden), bǫk (Rosmeer), steigerbokken:   bǫk (Diepenbeek), stelling:   bok (Beverst, ... ), buk (Herten, ... ), bǫk (Bilzen), stijfkop:   bok (Maastricht, ... ), bôk (Stokkem), bök (Geleen), eine bok (Hoensbroek), eine bök (Geleen), ⁄ne bok (Caberg), ook materiaal znd 28, 31  bok (Neerpelt), stoel:   bok (Gennep  [(schraag)]  ), bǫk (Nieuwenhagen  [(Oranje-Nassau II / Emma / Hendrik)]  , ... [Laura, Julia]  [Emma]), stoter:   bok (Aalst, ... ), buk (Opglabbeek), strosnijezel:   bǫk (Hoeselt), trapspie:   bǫk (Rothem  [(meervoud: bø̜k)]  ), trekhei:   bok (Meijel), tros vruchten:   bok (Loksbergen, ... ), vriesweer:   bok (Teuven), vrouwziek:   bok (Gronsveld), wielstoel:   bok (Groot Genhout), zaagbankje, zaagbok:   bok (Meeswijk) III-3-2, I-1, I-12, I-13, I-3, I-4, I-6, I-7, I-9, II-1, II-10, II-11, II-12, II-3, II-5, II-7, II-8, II-9, III-1-4, III-2-1, III-2-2, III-4-2, III-4-4
bok (zn.) haasje-over: /  bok (Lauw)
bok met rolkop trekhei:   bu.k met rǫlkǫp (Herten) II-9
bok staan bok staan bij haasje-over:   boeksjtaon (Swalmen), boksjtaoe (Heerlen), bòkstaon (Venray), bókstaon (Geistingen), bókstāōn (Meerlo, ... ), /  bok staan (Peer), bok stooën (Eksel), bók staon (Echt/Gebroek), A staat rechtop tegen de muur met vingers ineengestrengeld vóór t lichaam. Bukkende B laat hoofd in As handen rusten. C zit op rug van B, terwijl hij op de maat van t gezang op de rug van B slaat met zn vuisten: Bók, miêne bók, waat reutste (N: rieëtste): Haamer, schiër of mes? C steekt dan vuist omhoog (hamer), twee vingers (schaar) of één vinger (mes). Zodra B het juiste antwoord raadt, worden de rollen verwisseld (zie ook: robbedobbeduuske).  bókstaon (Weert), Een kind staat gebogen, t ander springt op hem.  bókstoeën (Bocholt), Ook: iemand een zetje geven of via samengevouwde handen en schouders gelegenheid geven een hoog voorwerp te bereiken.  bóksjtaon (Sittard), Recht op staande met samengevouwen handen, die een ander als steun gebreugt om ergens in of op te klimmen.  bóksjtaon (Sittard), vgl. afb. pag. 39: Boeksjpringe.  boeksjtaon (Roermond), Waem mòt bòkstaon? (met 3, 4 of 5 kinderen).  bòkstaon (Echt/Gebroek) III-3-2
bokaal aarden pot:   bokal (Kaulille), honingpot:   bǝkal (Houthalen), inmaakpot:   boͅkál (Sint-Truiden), bukál (Sint-Truiden), stenen pot, keulse pot:   bokal (Kaulille) II-6, II-8, III-2-1
bokbaard gele morgenster:   bokbaat (Heerlen), oude grassoorten:   bǫk˱bā.t (Bocholtz, ... ) I-3, III-4-3
bokbier donker bier:   bǫkbēr (Horn, ... ), bǫkbęjǝr (Sittard) II-2
bokel bolster van de okkernoot:   bo͂kel (Martenslinde) I-7