e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
boezen hebben rijk zijn: vgl. Sittard Wb. (pag. 51): boesj, gangbare Akense munt. 12 boesje is 1 stuiver.  hae hat bōēsje (Heerlen) III-3-1
boezentem boezem:   boezentem (Bocholtz) III-1-1
boezerig (weer) winderig weer:   boezerig (Venlo), boezerig waer (Baarlo, ... ), boezerig wèr (Heythuysen), boezerig? (Sint-Odiliënberg), Van Dale  boezerig (Roermond) III-4-4
boezeroen [kazak]:   boezeroen (Eksel, ... ), bakkersjas:   boezeroen (Tegelen), boezeroen:   ba-ze-roen (Horst), ba-zeroen (Meterik), baazeroən (Putbroek), basderoen (Stramproy), basdroen (Tungelroy), basjeroen (Weert), basseroen (Grathem, ... ), baszeroel (Afferden), basəlun (Achel), bazeroel (Arcen, ... ), bazeroen (Baarlo, ... ), bazerōēn (Asenray/Maalbroek, ... ), bazjeroen (Weert), bazroes (Wanssum), bazzeloen (Beverlo), bazzeroel (Maasbracht, ... ), bazzeroen (Boekend, ... ), bazərun (Hamont), bāzeroen (Grevenbicht/Papenhoven), bezeroel (Lottum), bezeroen (Echt/Gebroek), bezroen (Panningen), boesderoen (Boeket/Heisterstraat), boesderoesj (Nederweert), boezeloen (Bocholt), boezeroel (Echt/Gebroek, ... ), boezeroen (America, ... ), boezeron (Mheer), boezerōēn (Holtum, ... ), boĕzerōēn (Puth), bozeloen (Lommel), bozzeroen (Hunsel), bōezeroel (Stevensweert), bōēzerōēn (Leunen), boͅzəlun (Val-Meer), boͅzəlūn (Zichen-Zussen-Bolder), buzərun (Beringen, ... ), buzərun, -ə, kə (Neeroeteren), buzəruŋ (Lommel), buzɛron (Eisden), buəzərun (Hasselt), būzərūn (Boekt/Heikant), bâzeroen (Tungelroy), bâzzeroel (Gennep, ... ), bêzeroen (Tungelroy), bəzərun (Donk (bij Herk-de-Stad)), bəzərūn (Hout-Blerick, ... ), ( ten noorden van de stad wordt het ook wel -).  baszeroel (Venlo), (baaie) = baovestuk met lang mowe  boezeroen (Oirlo), (oud).  bazzeroen (Kessel), AN boezeroen.  bazjeroen (Maastricht), bovenstuk met lange mouwen  (baaie) boezeroen (Oirlo), lang uitspreken  boezerōēn (Roermond), weinig gebruikt  bazeloen (Schinveld), borststuk van een schort:   boezeroen (Hoensbroek), buzərun (Lanklaar), halfhemd:   bazeroen (Tungelroy), wambuis:   bazzeroen (Haelen), werkjasje:   buzǝrun (Tegelen) II-1, II-9, III-1-3
boezeroentje boezeroen:   bazeroentje (Guttecoven), bāzeroentje (Obbicht), de oude mensen vroeger +40 jaar geleden spreken hiervan  bāzəroentjə (Putbroek), ps. boven de a staat nog een ?; deze combinatieletter is niet te maken, omgespeld is het inderdaad een a.  bazeroentje (Buchten), bazeruimke (Sittard), kiel: ps. boven de a staat nog een ?; deze combinatieletter is niet te maken, omgespeld is het inderdaad een a.  bazeroentje (Grevenbicht/Papenhoven), mannenonderhemd:   bazaroentje (Ittervoort) III-1-3
boezervel boezeroen:   bazervel (Meerlo) III-1-3
boezig winderig weer:   bōēzich (Stevensweert) III-4-4
bof afhangend gezwel:   bof ? (Neer), beet, hap:   boef (Doenrade, ... ), bof (Beek, ... ), boèf (Geulle), bōev (Stein), bōf (Bunde, ... ), bŏĕf (Amstenrade, ... ), bŏf (Heerlen, ... ), boͅf (Lanklaar, ... ), boͅu̯f (Mechelen-aan-de-Maas), bu.f (Eys, ... ), buf (Kinrooi, ... ), buəf (Heers), bòf (Brunssum, ... ), bòòf (Maasbracht), bòəf (Schimmert), bóf (Amby, ... ), bóéf (Merkelbeek), bôef (Heugem, ... ), bôf (Gronsveld, ... ), bôof (Thorn), böf (Grevenbicht/Papenhoven, ... ), bøf (Sittard), b‧af (Neeroeteren), moof (Vlodrop, ... ), póf (Weert), boof maar dan korter  bof (Wijnandsrade), fr. boechée  boef (Valkenburg), kort  bŭŭf (Vlijtingen), lange o  bòf (Caberg), niet het juist teken gevonden  bóf (Geleen), Verklw. bufke  bóf (Maastricht), verklw. bufkë  bôef (Hoeselt), zoals o in slof  bo(o)f (Gulpen), bof:   boaf (Stevensweert), boef (Eijsden, ... ), bof (Amby, ... ), boof (Heel, ... ), boöf (Boekend), bōf (Maastricht, ... ), bŏĕf (Doenrade), bŏf (Brunssum, ... ), bŏŏf (Thorn), boͅ.f (Eys, ... ), bòf (Caberg, ... ), bóf (Amstenrade, ... ), bôf (Blerick, ... ), böf (Lutterade), de bof (Sittard), de bôf (Geleen), (tegenwoordig)  bóf (Tienray), kleine hoeveelheid eten:   boef (Bilzen), meevaller:   bof (Schinnen), bŏf (Meerlo), bòf (Maastricht), mondvol:   (ne) boef (Riemst), boef (Gingelom, ... ), bof (Rekem), bouf (Mechelen-aan-de-Maas), boͅf (Lanklaar), buf (s-Herenelderen), buəf (Heers), bòf (Klimmen), bóf (Roermond, ... ), een boef (Jeuk), een bŏĕf aôfbeeten (Grote-Spouwen), eene boef oafbaaite (Genoelselderen), eine boef aafbieten (Rotem), eine böf aəfbiete (Kinrooi), ene bauf (Mechelen-aan-de-Maas), ene boef (Lanaken), ene boef aofbeten (Mopertingen), ene boef oafbeejte (Heers), ene boef oafbiete (Zichen-Zussen-Bolder), ene boef oufbiete (Zichen-Zussen-Bolder), enne boo:f biete (Mheer), enne boof afbieten (Sint-Martens-Voeren), ine boef aefbeëte (Zepperen), ine boeəf oafbyete (Zepperen), ne boef (Jeuk), ne boef oafbêten (Rijkhoven), ne buf oafbeete (Rosmeer), nə buf āfbītə (Zichen-Zussen-Bolder), ənə bof (Opgrimbie), ənə bof āfbitə (Rekem), ⁄n boaf aafbieten (Rekem), ⁄n bòf bèiten (Sint-Truiden), #NAME?  boef (Oirsbeek), bof (Klimmen), (buf-bufke).  bóf (Sittard), (eten).  ⁄ne bóf (Klimmen), (mv. - dim.): (buf-bufke).  bof (Heerlen), (s.m.)  bóf (Banholt), (voor brood).  bóf (Thorn), m.; (voedsel).  bu.f (Eys), ps. deels bij benadering omgespeld volgens Grootaers.  nə bùf [ōͅ.vbē.tə (Borgloon), ps. letterlijk overgenomen.  ne boef aafbīĕte (Waltwilder), əns bo͂f bîte (Vroenhoven), slok:   bòəf (Moorveld (Waalsen), ... ) III-1-2, III-2-3, III-3-1, III-4-4
boffen schrokken:   b‧ofə (Neeroeteren), fr. bouffer  boeffë (Tongeren) III-3-1
boffen (ww.) meevaller:   bóffe (Maastricht), bəffə (Maastricht) III-2-3