e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
boheits (rh.) maken drukte maken: De Limburgse vormen met b en een tweeklank aan het eind sluiten m.i. het meest aan bij de vorm die ook in het Rijnland bekend is: Buhei. In het Rheinisches Wörterbuch deel I kol. 1106 vind je heleboel vormen onder dat trefwoord. Gezien ook de vormen in het WNT zou ik in dit geval voor een trefwoord kiezen dat wat dichter bij het Limburgse (en Rijnlandse) ligt: bohei.; cf. Rh.Wb. dl. I kol. 1106 s.v. "buhei"afl. "buheikrämer"en "buheitskrämer  bĕhejs maken (Noorbeek) III-1-4
boheits-kop druktemaker:   behaits’kop (Bleijerheide, ... ), cf. Rh.Wb. dl. I kol. 1106 s.v. "buhei"afl. buheitskop  behaits’kop (Kaalheide/Onderspekholz) III-1-4
boheits-kramer druktemaker:   behaits’krieëmer (Bleijerheide, ... ), cf. Rh.Wb. dl. I kol. 1106 s.v. "buhei"afl. buheitskop  behaits’krieëmer (Kaalheide/Onderspekholz), opschepper:   ənə behéj⁄skrĭĕəmər (Brunssum), ⁄ne behejtskrieëmer (Klimmen), De Limburgse vormen met b en een tweeklank aan het eind sluiten m.i. het meest aan bij de vorm die ook in het Rijnland bekend is: Buhei. In het Rheinisches Wörterbuch deel I kol. 1106 vind je heleboel vormen onder dat trefwoord. Gezien ook de vormen in het WNT zou ik in dit geval voor een trefwoord kiezen dat wat dichter bij het Limburgse (en Rijnlandse) ligt: bohei.; cf. Rh.Wb. dl. I kol. 1106 s.v. "buhei"afl. "buheikrämer"en "buheitskrämer  beheidskrieëmer (Heerlen), sluwe persoon: cf. Rh.Wb. dl. I kol. 1106 s.v. "buhei"afl. buheitsmacher  behaitskrieëmer (Kerkrade) III-1-4
boheits-kramerij overmoedig gedrag:   behejtskrièmerie (Valkenburg) III-1-4
boheits-krmer druktemaker: cf. VD s.v. "boha"zie boeha; cf. VD s.v. "boeha, poeha"in bet. van onnodige drukte, rumoer, ophef om een nietige zaak: veel boeha maken; cf. Rh.Wb. dl. I kol. 1106 s.v. "buhei"afl. "buheikrämer"en "buheitskrämer  behèjskrièèmer (Valkenburg) III-1-4
boheits-macher druktemaker:   behaits’mecher (Bleijerheide, ... ), cf. Rh.Wb. dl. I kol. 1106 s.v. "buhei"afl. buheitsmacher  behaits’mecher (Chèvremont) III-1-4
boheits-pungel opschepper:   bəhèjtspungel (Schinnen) III-1-4
bohemer vagebond: mar.: vaak een benaming voor zigeuner  bóhēmer (As) III-1-4
bohemers rondreizende toneelgroep:   bohemers (Eigenbilzen) III-3-2
boheren ondersteunen:   boheren (Zonhoven  [(Zwartberg)]   [Zolder]), bohērǝ ([Domaniale]  [Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]) II-5