e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
het geëegs het ge√ãgde, ge√ãgd land:   ǝt ˲gǝē̜xs (Cadier, ... ) I-2
het geëgd het ge√ãgde, ge√ãgd land:   ǝt ˲gǝęxt (Kronenberg, ... ) I-2
het geëgde het ge√ãgde, ge√ãgd land:   ǝt ˲gǝęgdǝ (Merselo) I-2
het giet hem gieten, hard regenen:   het goetj hem (Heel) III-4-4
het giet water gieten, hard regenen:   giet water (Paal), git waater (Kwaadmechelen) III-4-4
het ginneke oude aardappelsoorten:   t genǝkǝ (Gennep, ... ) I-5
het glas breken een boogje breken:   ǝt glǭs brę̄kǝ (Bilzen) II-10
het goed graan, koren:   het goed (Millen, ... ), ǝt ˲gyt (Rosmeer), ǝt ˲gøt (Rosmeer), oogststapel in de schuur:   [het] gut (Val-Meer) III-3-1, I-4
het goed breed hebben rijk zijn:   ⁄t good breid höbbe (Born) I-6
het goed doen goed groeiend varken:   (het varken) dø̜i̯t ǝt gōt (Thorn), groeien, wassen:   den het ’t goed gedaon (Oirlo) I-12, III-4-3