e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
buis van de kandel regenpijp:   bø̜s ˲van dǝ kǭǝnšǝl (Vroenhoven) II-9
buis van de zeikpomp giergoot, gierbuis:   bȳs ˲van dǝ [zeikpomp] (Heythuysen, ... ) I-1
buisboor muurnaald:   bø̜s˱bǫwr (Loksbergen) II-11
buisborstel buskwast:   bø̜js˱bǫsǝl (Jeuk) II-9
buishaak pijpbeugel, -haak:   bø̜js˱ǭk (Stokkem) II-11
buishoed hoge hoed:   bijzōt (Bree), buishoed (Eksel), bøͅshut (Borlo), Buishoed.  bə:shut (Beverlo), hoge hoed bij begrafenis:   bijzōt (Bree), bous(hoot) (Neeroeteren), buishoed (Eksel), buishoet (Herk-de-Stad), bäys(hūt) (Romershoven), bøͅshud (Halen), bøͅshut (Borlo), bə:shut (Beverlo) III-1-3, III-2-2
buishout rondstok:   bø̜js˱ǫwt (Stokkem) II-11
buisje (ijzeren) kapsule:   buuske (Sevenum), būūske (Swalmen), het buuske (Eisden), ’t bōske (Weert), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook bijlagevellen met (eventuele) aanvullingen en diverse toelichtingen.  ’t bûske (Wanssum), [kazavek?]: Wollen jasje (mannen).  buisje (Vroenhoven), meelpijp, meelgoot:   bȳ̄skǝ (Mechelen), metalen uiteinde van een schoenveter:   busje (Vliermaal), naaldenkoker:   byskǝ (Eisden, ... ), bø̜škǝ (Eisden), schoorsteenpot:   bęjskǝ (Genk), spoel:   het buuske (Eisden), vlechtring:   bø̄škǝ (Meijel), wambuis:   buiske (Maastricht), bøsken (Stokkem), zang, bussel gelezen aren:   byskǝ (America, ... ), bø̄skǝ (Gennep, ... ) I-4, II-3, II-6, II-7, II-9, III-1-3, III-3-2
buiskachel plattebuiskachel:   buuskachel (Echt/Gebroek) III-2-1
buislappen treiten:   bø̜̄slapǝ (Gingelom) I-10