e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
buikketting draagriem:   buikketting (Bocholt), smalle buikriem:   bū ̞kkęteŋ (Ophoven), bū.kkęteŋ (Kinrooi, ... ), būkkęteŋ (Geistingen, ... ) I-10
buikkramp buikkrampen:   bōkramp (Eigenbilzen) I-9
buikkrampen diarree:   boekkrampe (Kortessem) III-1-2
buikleer buik:   buklę̄r (Montzen), būklę̄r (Roggel) II-10
buiklicht brede buikriem:   bū.klext (Molenbeersel), būklext (Haelen, ... ), singel:   bou̯klex (Maaseik) I-10
buikliggen geslachtsgemeenschap hebben: Schertsend.  buik liggə (Loksbergen) III-2-2
buikloop diarree:   boeklaop (Montfort), boeklaup (Montfort), boekloap (Stevensweert), boekloop (Oirsbeek), boekluip (Ittervoort), bowkluip (Maaseik, ... ), bōēkloup (Heythuysen, ... ), bōēklōōp (Nieuwenhagen), bukloejp (Meijel), indigestie (hebben):   bōëk-lōëp (Sevenum), roer:   buikloop (Genk), būklǫwp (Geistingen) II-6, III-1-2
buikluts penis: Erg grof; lett. buikspeen.  boekloetsj (Echt/Gebroek) III-1-1
buikmaat buikbroek:   būkmǭt (Stein), buikvoorsprong:   bykmǭt (Meijel), veel te wijde broek:   boekmoat (Stein) II-7, III-1-3
buikman broodpop:   boekman (Belfeld, ... ), boe‧kman (Baarlo), bōēkman (Swalmen), bukman (Blitterswijck, ... ), Als geschenk met Sinterklaas  boèkman (Venlo), met krenten en rozijnen gebakken in de (ruwe) vorm van een mannetje  boek’mán (Tegelen), Met St. Nikoloos  boekman (Neeritter), Nieuwe [spelling]  bōēkman (Reuver), Syst. Veldeke  boekman (Tegelen, ... ), Syst. WBD  boekman (Blerick, ... ), bōēkman (Baarlo), Syst. WBD Een ~ is in L 270 ook een zeer populair Sinterklaasgebak. Het heeft een zeer primitieve vorm van een mannetje, en varieert in afmetingen van 20 tot 100 cm lengte. De kleinse (boekmènkes) worden met krenten gebakken; de grotere (boven 40 cm) met krenten en rozijnen. Deze grotere zijn daarenboven nog voorzien van een witte aarden pijp. Ook dit gebak is stilaan aan het verdwijnen; alleen de zuiver Limburgse families handhaven het nog.  boekman (Tegelen) III-2-3