| 31345 |
boogpasser |
steekpasser:
boogpasser (K317p Leopoldsburg)
II-12
|
|
| 22552 |
boogpees |
boog:
bōxpēs (K359p Koersel)
I-11
|
|
| 31838 |
boogschaaf |
boogschaaf met bolle zool:
buǝxšǭf (Q083p Bilzen),
bōxsxǭf (K353p Tessenderlo),
bǭxšāf (L330p Herten, ...
Q204a Mechelen)
II-12
|
|
| 31441 |
boogscheer |
handschaar voor boogvormige sneden:
bǭxšīr (L423p Stokkem
[(H)]
)
II-11
|
|
| 30119 |
boogschenkel |
schenkel, formeel:
bǭǝxšeŋkǝl (Q113p Heerlen)
II-9
|
|
| 22785 |
boogschieten |
boog add.:
Om een boog te maken gingen we eerst een aangepaste eiken stok kappen in een houtkant. Deze knuppel moest recht zijn, ongeveer een duim dik en een meter lang. Op één centimeter van de uiteinden werd rondom een inkerving gemaakt om te zorgen dat het opspantouw op zijn plaats bleef. Het touw diende voor de verbinding van het ene uiteinde naar het andere nadat de knuppel gebogen werd en zodoende de veerkracht verzekerde. Het was na de oorlog en wij gebruikten een stuk van het binnenste van de electriciteitskabels die toen overvloedig meegescharreld werden langs het spoor. Dagelijks moesten we de boog een beetje bijspannen omdat de veerkracht verzwakte.
boogschieten (L353p Eksel)
III-3-2
|
|
| 22464 |
boogschutten (mv.) |
boogschuttersgilde:
boagshètte (Q086p Eigenbilzen)
III-3-2
|
|
| 22464 |
boogschutterij |
boogschuttersgilde:
baochsjötterie (Q020p Sittard),
baogschutterie (L382p Montfort),
baogsjetterie (L417p As),
baogsjutterij (Q095p Maastricht),
boͅəxsjøͅtəreͅj (Q113p Heerlen)
III-3-2
|
|
| 22464 |
boogschutters (mv.) |
boogschuttersgilde:
boogschutters (L353p Eksel),
bōͅxsjøͅtərs (Q095p Maastricht)
III-3-2
|
|
| 22464 |
boogschuttersvereniging |
boogschuttersgilde:
bōͅxsjøͅtərsvərēnegeŋ (L374p Thorn)
III-3-2
|
|