e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
boomgriffelaar tuinman, boomkweker: JK Begrip te splitsen? veel samenstellingen met boom- uit RND zijn geconstrueerd; de andere hebben de ruimere betekenis van tuinman.  boͅu̯mgrøfəlɛr (Hoensbroek) I-7
boomhaak boomhaak:   bōmhōk (Diepenbeek  [(meervoud: bōmhø̄k)]  ) II-9
boomhaken boomhaak:   bǫwmhǭk (Borgharen, ... ) II-9
boomhakkertje boomleeuwerik: boomhakker  boimekkerke (Schinnen) III-4-1
boomherst gebakken appelschijven:   boumherst (Altweert, ... ) III-2-3
boomhok persoon die zorgt voor verdwaalde duiven:   boomd hok (Sint-Pieter) III-3-2
boomkar boomwagen:   bau̯mkār (Lanaken), bumkār (Hasselt, ... ), bumkē̜r (Kermt), buǝmkęr (Achel, ... ), buǝmkɛr (Hamont), bōmkar (Lommel), bǫu̯mkar (As, ... ), langwagen:   bōmkar (Lommel) I-13
boomkastje nestkastje:   baumkesje (Weert) III-4-1
boomkat spelen boompje wisselen:   boemkat spee.le (Zolder), bòumkat (Tongeren), vgl. katjaa.ge; boemkat spee.le.  boemkat (Zolder) III-3-2
boomkettelen voorstrengen:   bǭ.mkętǝlǝ (Kanne) I-10