| 22843 |
boompje verwisselen |
boompje wisselen:
beumkeverwisjelen (L380p Genooi/Ohé, ...
L379p Laak),
buimke verwissele (L271p Venlo),
Buimke verwissele, verlossepot, land staeke; een echt spelletje niet, maar een koprol maken is köpke kuukkele; een aanloop nemen en dan over een stuk ijs glijden: sliddere.
buimke verwissele (L271p Venlo),
buimke wissele
buimke verwissele (L329p Roermond),
pag. 40: Sub boom, de kienjer ware aan t buimke verwèssele.
buimke verwèssele (L329p Roermond),
Wordt gespeeld in een gebied waar nogal wat boompjes of bomen staan. Door loten of n aftelrijmpje wordt bepaald, wie de vanger is en de anderen nemen ieder een boom of boompje vast. Men moet telkens van boom verwisselen, maar tijdens het wisselen is men kwetsbaar. Heeft men eenmaal zijn boom losgelaten, dan mag men niet meer naar deze terug. Wordt men tijdens het wisselen aangetikt, dan moet de gevangene als vanger gaan fungeren.
bömke (ver)wissele (L210p Venray)
III-3-2
|
|
| 22843 |
boompje wisselen |
boompje wisselen:
böömke wissele (L217p Meerlo, ...
L214p Wanssum),
vgl. pag. 53: Boompje wisselen.
bömke wissele (Q020p Sittard),
Zie: kinderspelen.
bömke wissele (Q020p Sittard)
III-3-2
|
|
| 24472 |
boompjes |
boom (alg.):
bø‧mkəs mv (Q199p Moelingen, ...
Q200p s-Gravenvoeren),
bø‧mxərə mv (Q262p Eynatten, ...
Q261p Hauset,
Q263p Raeren),
kruiwagenberrie:
bømkǝs (Q020p Sittard),
bø̜i̯mkǝs (Q188p Kanne, ...
Q096c Neerharen),
bø̜mkǝs (Q203a Reijmerstok),
ladderboom:
bømkǝs (P195p Gutschoven),
bø̜mkǝs (Q164p Heks),
maiskolf:
(mv)
bumkǝs (P211p Waasmont),
melganzevoet:
bȳmkǝs (P176b Bevingen),
bø̄mkǝs (P182p Buvingen),
zwarte nachtschade:
bømkǝs (P218p Borlo, ...
P175p Gingelom,
P173p Halmaal,
P180p Kerkom,
P172p Wilderen)
I-13, I-4, I-5, III-4-3
|
|
| 33294 |
boompjeskruid |
melganzevoet:
bø̜i̯mkǝskrū.t (Q172p Vroenhoven),
bɛi̯mkǝskrū.t (Q091p Veldwezelt),
bɛ̄mkǝskrō.t (Q171p Vlijtingen),
bɛ̄mkǝskrű̄.t (Q094p Hees)
I-5
|
|
| 33615 |
boompjeskweker |
tuinman, boomkweker:
JK Begrip te splitsen? veel samenstellingen met boom- uit RND zijn geconstrueerd; de andere hebben de ruimere betekenis van tuinman.
bøͅmkəskweəkər (L215a Wellerlooi)
I-7
|
|
| 24126 |
boomplakker |
boomklever:
baumplèkker (L289p Weert),
bôômplékker (L289p Weert),
sitta europaea
boeëmplekker (L245a Castenray, ...
L211p Leunen,
L209p Merselo,
L216p Oirlo,
L216a Oostrum,
L212a Smakt,
L210p Venray,
L244a Veulen (bij Venray))
III-4-1
|
|
| 34601 |
boomplaten |
slekken:
bǫu̯mplātǝ (Q111p Klimmen)
I-13
|
|
| 24511 |
boompoest |
boomstronk:
buəmpust (L286p Hamont)
III-4-3
|
|