e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
boompje verwisselen boompje wisselen:   beumkeverwisjelen (Genooi/Ohé, ... ), buimke verwissele (Venlo), Buimke verwissele, verlossepot, land staeke; een echt spelletje niet, maar een koprol maken is köpke kuukkele; een aanloop nemen en dan over een stuk ijs glijden: sliddere.  buimke verwissele (Venlo), buimke wissele  buimke verwissele (Roermond), pag. 40: Sub boom, de kienjer ware aan t buimke verwèssele.  buimke verwèssele (Roermond), Wordt gespeeld in een gebied waar nogal wat boompjes of bomen staan. Door loten of n aftelrijmpje wordt bepaald, wie de vanger is en de anderen nemen ieder een boom of boompje vast. Men moet telkens van boom verwisselen, maar tijdens het wisselen is men kwetsbaar. Heeft men eenmaal zijn boom losgelaten, dan mag men niet meer naar deze terug. Wordt men tijdens het wisselen aangetikt, dan moet de gevangene als vanger gaan fungeren.  bömke (ver)wissele (Venray) III-3-2
boompje wisselen boompje wisselen:   böömke wissele (Meerlo, ... ), vgl. pag. 53: Boompje wisselen.  bömke wissele (Sittard), Zie: kinderspelen.  bömke wissele (Sittard) III-3-2
boompjes boom (alg.):   bø‧mkəs mv (Moelingen, ... ), bø‧mxərə mv (Eynatten, ... ), kruiwagenberrie:   bømkǝs (Sittard), bø̜i̯mkǝs (Kanne, ... ), bø̜mkǝs (Reijmerstok), ladderboom:   bømkǝs (Gutschoven), bø̜mkǝs (Heks), maiskolf: (mv)  bumkǝs (Waasmont), melganzevoet:   bȳmkǝs (Bevingen), bø̄mkǝs (Buvingen), zwarte nachtschade:   bømkǝs (Borlo, ... ) I-13, I-4, I-5, III-4-3
boompjeskruid melganzevoet:   bø̜i̯mkǝskrū.t (Vroenhoven), bɛi̯mkǝskrū.t (Veldwezelt), bɛ̄mkǝskrō.t (Vlijtingen), bɛ̄mkǝskrű̄.t (Hees) I-5
boompjeskweker tuinman, boomkweker: JK Begrip te splitsen? veel samenstellingen met boom- uit RND zijn geconstrueerd; de andere hebben de ruimere betekenis van tuinman.  bøͅmkəskweəkər (Wellerlooi) I-7
boomplakker boomklever:   baumplèkker (Weert), bôômplékker (Weert), sitta europaea  boeëmplekker (Castenray, ... ) III-4-1
boomplaten slekken:   bǫu̯mplātǝ (Klimmen) I-13
boompoest boomstronk:   buəmpust (Hamont) III-4-3