e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
koestalmest soorten van dierlijke mest:   kustal[mest] (Diets-Heur), kuštal[mest] (Susteren), kōstal[mest] (Meeswijk), kūstal[mest] (Tongeren), kǫu̯štãl[mest] (Nieuwenhagen) I-1
koestalvoerij bewaarplaats van bieten en groenvoer in de stal:   kou̯štalvrii̯ (Ransdaal), voorstal, voedergang:   kōštalvrii̯ (Ingber), kǫu̯štalvrii̯ (Klimmen, ... ) I-6
koestalzolder hooizolder, koestalzolder, schelf:   kustalzǫldǝr (Rijkhoven), kuštalzǫldǝr (Haelen), kāstalzǫldǝr (Gorsem), kōštalzøldǝr (Broeksittard), kōštalzø̜ldǝr (Berg, ... ) I-6
koestand koeienstand:   kustant (Velden), kustãnt (Wanssum) I-6
koestangen stalpalen:   kustaŋǝ (Hushoven) I-6
koeste, koeste vleiwoord tot de zogende zeug:   kustǝ, kustǝ (Oost-Maarland) I-12
koesteren een zandbad nemen:   kustǝrǝ (Mechelen-Bovelingen) I-12
koestevak bed: nau go¯n ich nuò¯mënë koe¯stëvàk hum.; zeldz.  koe’stëvàk (Tongeren) III-2-1
koestoel melkstoeltje:   kōstuǝl (Groot-Gelmen), werkstoel:   kustul (Bilzen) I-11, II-10
koestoot windhoos:   keujstoes (Kerkrade, ... ) III-4-4