e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
koemook koeienmaag:   kui̯muk (Paal), kǫi̯muk (Beringen) I-11
koemuil bellefleur:   kōēmaul (Tongeren), kamille (alg.): Roomse kamille (Anthemis nobilis L.)  koemawle (Tongeren), kikkervisje:   kōēmoel (Hout-Blerick), kōēməl (Hout-Blerick), margriet: [Chrysantahemum leucanthemum]  kōēmaul (Tongeren) I-7, III-4-2, III-4-3
koemuilen vingerhoedskruid:   kowmoêle (Altweert, ... ), -  kòwmoêle (Weert), ± Veldeke  kowmoêle (Weert) III-4-3
koemuntel muilkorf voor kalveren:   kǭu̯mø̜ntǝl (Gelieren Bret) I-11
koemus gele kwikstaart:   koemus (Middelaar), kòw-mösj (Houthem), kówmösj (Houthem), witte kwikstaart:   koemus (Gennep, ... ) III-4-1
koemusje gele kwikstaart:   koemuske (Haelen), koemöske (Baexem, ... ), kówmöske (Nederweert, ... ), grauwe gors:   koewmeuske (Gennep), witte kwikstaart:   koemuske (Beegden, ... ) III-4-1
koen moedig (zijn): Hgd. kühn  keun (Heerlen), stoutmoedig: (koen).  keun (Neer, ... ) III-1-4
koen, koene roep- en lokwoord voor de kalkoen:   kun, kunǝ (Venray) I-12
koenekraai kraanvogel:   koenekraoj (Gronsveld), koenekroaj (Gronsveld) III-4-1
koenjel wilde tijm: H 227 sub bonenkruid  koenel (Genk) III-4-3