e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gaan wie een taxi maaivoeten:   gon wee nen taks (Groot-Loon) III-1-2
gaan wie een trapgans manken: i.e. gans die de trappen opgaat.  goon wi-j `n trapgans (Boorsem) III-1-2
gaan winnen ontginnen:   guǝn wenǝ (Halen) I-8
gaan zitten aanvliegen:   gǭn zetǝ (Hasselt), betrekken (lucht):   de locht get zitte (Bergen), ontlasting hebben:   goan zitten (Eksel) II-6, III-1-1, III-4-4
gaan zweren getuigen:   gen zwèren (Neerpelt) III-3-1
gaan, het - trant:   goa (Brunssum), goan (Vlodrop, ... ), gwen (Eigenbilzen), gôân (Kesseleik), ət gao (Meijel) III-1-2
gaan[eggen] met vollen eggen:   gø̜̄n[eggen] (Tegelen), gǭn[eggen] (Gennep, ... ) I-2
gaanbalk trekbalk:   gǭnbalǝk (Hoensbroek) II-3
gaand gunst: ps. Algemene note: Het omspellen van het Eksels dialect is misschien niet helemaal correct (geen spellingslijst daarvoor ik heb het bij benadering omgespeld!  goͅənt (Eksel), mannelijke eend:   goint (Mal), ondeugende vrouw:   gaanjd (Geleen) III-1-4, III-1-4
gaand (m.) onnozel persoon: cf. Schuermans p. 136 s.v. "gaand of gaander"= mannelijke gans  gaantj (Buggenum) III-4-1