e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
bommelschicht maken bewust verzuimen:   bomǝlsxext mākǝ (Rekem  [(Eisden / Zwartberg)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]) II-5
bommeltje kwastje aan een halsketting:   bummelke (Sittard), ps. dit woord is erg onduidelijk geschreven, maar ik geloof dat dat er staat!  bemmelkes ? (Wijlre), rafel:   bommelkens (Sint-Huibrechts-Lille) III-1-3
bommen sponnen:   bǫmǝ (Panningen, ... ), zeer grote aardappelen:   bǫmǝ (Meijel, ... ) I-5, II-2
bommengat bomgat, spongat:   bomǝgā.t (Swalmen), bomǝgāt (Meterik) II-12
bommenwerper grof gebouwde vrouw:   enne bómmewerper (Nederweert) III-1-1
bommerscharnier doordraaiende scharnier:   bomǝrsxarnir (Ottersum), bumǝlšarnēr (Mechelen), bumǝršǝrnēr (Posterholt), bǫmǝršǝrnēr (Herten) II-9
bommertje heggenmus: onduidelijk; cf vlaamse gaai  bomərkə (Kolonie) III-4-1
bommetje boterham (kinderwoord): verzamelfiche, ook mat. van ZND 3 vraag 9  bommeke (Houthalen), kind (troetelnaam): mar.: benaming voor een stuiter?  bumke (Gulpen), knikker:   bumke (Tegelen), bömke (Susteren), bømkə (Susteren), mit bumkes sjpeele (Dieteren), meisje als het lemen knikkers zouden zijn, niet bekend  bumkes (Susteren), Ook wel bij t trumpe of naoketse. (zie "straatspelen").  bumke (Tegelen) III-2-2, III-2-3, III-3-2
bommetje schieten knikkers laten rollen:   bømkə sjētə (Susteren) III-3-2
bommetjes schieten kamerschieten:   bommekes schieten (Stal) III-3-2