e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gomper neus (spotnamen): [sic]  goemper (Venlo) III-1-1
gong klokje op het priesterkoor:   der goŋ (Montzen), gang (Sint-Huibrechts-Lille), gong (Achel, ... ), gòng (Nieuwenhagen), in plechtige missen tijdens de consacratie  gong (Reuver) III-3-3
gons dauw: duft  gons (Eupen) III-4-4
gonzen brommen, zoemen van een insect:   goͅnzən (Bocholt), gonzen:   gonzǝ (Maastricht), optissen:   gōnzǝ (Maasmechelen), vliegen, weven van een vlieg: (gonj ? - moeilijk leesbaar)  gons (Gulpen), Veldeke, eventueel aangevuld met systeem Jones  gonze (Gulpen) II-6, III-4-2
goochem leep, doortrapt:   ∂gochum (Venlo) III-1-4
good voor naar hoogstraten te gaan galgenaas:   goèd vĕr nao Hoogstraten te gòen (Waasmont) III-3-1
gooiblokje dobbelsteen:   e guujblèkske (Opglabbeek) III-3-2
gooidop priktol:   gooidop (Widooie), puntje onder beide os  ənə gojdop (Lozen) III-3-2
gooien een pen verliezen: Algemene opmerking: deze vragenlijst is nogal slecht (= weinig antwoorden) ingevuld!  guuien (Gruitrode), gooien:   gaoien (Obbicht), gaoëje (Obbicht), gauje (Schimmert), gaujen (Ittervoort), goaje (Blitterswijck, ... ), goawe (Susteren), goeaje (Kessenich, ... ), goeeje (Swolgen), goeejen (Opoeteren), goei-ə (Kanne), goeie (Baarlo, ... ), goeien (Aldeneik, ... ), goeije (Hout-Blerick, ... ), goeijen (Gruitrode, ... ), goeië (Baarlo), goeiə (Beverst), goeje (Beverst, ... ), goejen (Koersel, ... ), goejjə (Blerick), goejə (Vroenhoven), goeoien (Neeritter), goeoije (Herten (bij Roermond)), goeoje (Neeritter), goeëje (Tungelroy, ... ), goeîe (Boekend), goeïje (Boekend), goēje (Maasbracht), goĕien (Boorsem), goie (Bilzen), goieje (Geulle), goiejen (Neeroeteren), goien (Bilzen), goije (Beverst, ... ), goiën (Sint-Lambrechts-Herk), goiə (Alken, ... ), goiəjə (Wellen), goi̯ə (Beringen, ... ), goi̯ən (Beringen), goje (Kortessem, ... ), gojje (Bilzen, ... ), gojə (Hechtel, ... ), gojən (Oostham), gooeje (Herten (bij Roermond)), gooi-je (Peer), gooi-jən (Sint-Huibrechts-Hern), gooie (Geleen, ... ), gooien (Beverst, ... ), gooije (Gruitrode, ... ), gooijen (Boorsem), gooje (Horn, ... ), goojə (Swalmen), goäje (Grubbenvorst), goèje (Eisden), goêje (Boekend), goëie (Hasselt), goëje (Oirlo), goëjen (Jesseren), goïje (Vliermaalroot), goə (Alt-Hoeselt), goəjen (Kleine-Brogel), gōeiën (Zutendaal), gōēie (Tungelroy), gōēje (Venlo), gōējə (Eisden), gōien (Peer), gōiə (Ophoven), gōīje (Baarlo), gōjə (Beverst, ... ), gŏĕajen (Heythuysen), gŏĕjë (Vroenhoven), gŏien (Zolder), gŏŏije (Kessenich, ... ), gŏŏje (Sevenum), goͅiə (Beverlo), goͅi̯ə (Hoeselt, ... ), gu(i)ën (Opglabbeek), gu:jə (Stokkem), gu`ə (Herk-de-Stad), guaaje (Susteren), guajə (Geistingen), gue-jen (Oostham), gui.ən (Neerpelt), guie (Sint-Truiden), guien (Diepenbeek), guijə (Zutendaal), guiën (Bree), guiən (Overpelt), gui̯ə (Herk-de-Stad, ... ), guj`ə (Hasselt), guje (Bree), gujə (Brustem, ... ), gujə, gojə (Romershoven), guoiə (Mechelen-aan-de-Maas), guuje (Niel-bij-As), guəijə (Boorsem), guəjə (Genk, ... ), gūie (Sint-Lambrechts-Herk), gūijen (Neeroeteren), gūjen (Meeuwen), gūjə (Eisden, ... ), gūjən (Neerpelt), gūə (Lanaken), gūəjə (Maaseik, ... ), gveeje (Lottum), gwaujen (Achel), gwoaje (Thorn), gwoije (Uikhoven), gwojjen (Achel), gwojən (Hamont), gwöien (Achel), gy.ə (Neerglabbeek), gyijə (Bree), gyjə (Bree), gyoͅ`ə (Mechelen-aan-de-Maas), gâôje (Meerssen), gòje (Hoeselt), gòàjen (Urmond), gòòwjen (Ophoven), góoje (Schimmert), gôāje (Stevensweert), gôejə (Baarlo), gôwje (Susteren), gôêie (Bocholt), gôêje (Tungelroy), gôôie (Beegden), gôôje (Buggenum, ... ), gøjə (Neerglabbeek), güen (As), jujə (Diepenbeek), wegguuen (Beek (bij Bree)), xojə (Borgloon, ... ), xu.ijə (Stokkem), xujə (Sint-Truiden), xuəjə (Rekem), xūen (Opglabbeek), xūjə (Molenbeersel), (duidelijke oo-a-dubbelklinker is m.i. typisch voor Lutterade!  go-ajje (Lutterade), (oa = kort)  gŏaje (Heythuysen), (zoals in loeien).  goeje (Lanaken), [Paragraaf: onregelmatige werkwoorden].  goeajje (Boorsem), Algemene opmerking, geldt voor de gehele vragenlijst:  gōjə (Helchteren), gui̯jə (Sint-Truiden), gwōjjə (Mechelen-aan-de-Maas), gy(3)̄jə (Meeuwen), Bree Wb.  guje (Bree), De informant geeft aan dat hij uitzonderlijk ook wel eens sme:te heeft gehoord.  gujə (Kanne), Dit is volgens de informant gebruikelijker.  gujə (Sint-Truiden), Dit wordt door de informant het meest gebruikt.  goeiə (Sint-Truiden), eigen spellingsysteem  goeeje (Ell), goeien (Caberg, ... ), goeje (Heugem, ... ), goie (Valkenburg), gooje (Sittard), gwaje (Stein), gwajje (Beek), fonetisch  gŏĕje (Oirsbeek), geen gewone o - oë  go-je (Maasbracht), gegoeëdj.  goeëje (Ell), idiosyncr.  goeie (Maastricht), goeje (Maastricht, ... ), goje (Maastricht), gojen (Borgloon), gooje (Egchel), goëje (Venlo), gōēie (Blerick), ick gooi (Sittard), Meest gebruikt.  goi-jen (Mechelen-aan-de-Maas), ps. algemene note v.d. invuller (geldt voor de gehele vragenlijst):  goajen (Guttecoven), smijten is de informant onbekend.  gooien (Sint-Truiden), smijten komt volgens de informant niet voor.  gūəjə (Opgrimbie), smijten wordt volgens de informant niet gebruikt.  goien (Bilzen, ... ), gooien (Maaseik), gujə (Lanaken), tegenwoordig ook -  goeije (Schinveld), Veldeke  goije (Ulestraten), gojjen (Eksel), gooie (Roermond), goèije (Montfort), WLD  (góië) (Panningen), gaoije (Urmond), gāōje (Schimmert), goeien (Gronsveld), goeje (Tungelroy), gooje (Roermond), gōēije (Boekend), WLD (indien mogelijk)  goaje (Grevenbicht/Papenhoven), WLD (zoveel mogelijk)  goejen (Wijk), ingooien (in een kuiltje):   goi̯ǝ (Berverlo, ... ), gui̯ǝ (As, ... ), guǝi̯ǝ (Hamont), gu̯ǫi̯ǝ (Achel, ... ), gōi̯ǝ (Boorsem, ... ), gōǝi̯ǝ (Ophoven), gūi̯ǝ (Dilsen, ... ), gű̄i̯ǝ (Meeuwen, ... ), kaatsen (ballen):   gojje (Bilzen), knikkers laten rollen:   guəjə (Oirlo), kunstmest strooien:   goai̯ǝ (Beek, ... ), guai̯ǝ (Roosteren), gui̯ǝ(n) (Beverst  [(met de hand)]  ), gōi̯ǝ (Overrepen, ... ), gūǝi̯ǝ (Boekend  [(met de hand)]  , ... ), met sneeuwballen gooien:   goeaje (Echt/Gebroek), goeie (Genk), gojje (Sevenum), gooie (Swalmen), gooien (Koersel, ... ), add. van mw. G. Schalenborg op lijst voor Jeuk (P 219).  goeije (Sint-Truiden), opgooien (tossen):   gooie (Alken), stuiken:   goeiën (Genk), uitmaken wie mag beginnen:   uus goeje ver wee uus es (Kanne), zand strooien:   goeie (Jeuk, ... ), goeien (Jeuk) I-1, I-5, III-1-2, III-2-1, III-3-2
gooier afsteker:   gui̯ǝr (Maaseik), knuppel, knots:   gooier (Bilzen) I-4, III-1-2