e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
goedwillig gedwee: NB. Mar.: waarom gewillig (= bereidwillig =doet het gráág!) en gedwee gesplitst?: waarom dit bij gedwee??  en goedwillig keend (Ulbeek), n goewillig keent (Kaulille), ook materiaal 23, 69; znd 35, 49  goedwillig (Ulbeek), goewillig (Kaulille), ook materiaal znd 23, 69; znd 35, 49  goeiwillig (Herk-de-Stad), goewillig (Linkhout) III-1-4
goedzak goedzak:   enne goedzak (Oirlo), goedzak (Eksel, ... ), good-zak (Nunhem), goodzak (Blerick, ... ), goodzàk (As), gootsak (Asenray/Maalbroek), gootzak (Oirsbeek, ... ), gootzàk (Maastricht, ... ), gōōdzak (Schimmert, ... ), gōōtzàk (Venlo), gŏĕdzak (Griendtsveen), gŏŏtzak (Maasbree), gūtsak (Meeuwen), gòtzak (Sevenum), gòòdzak (Posterholt), nə gutsak vanə mens (Houthalen), nə gutzak van nə mens (Beverlo), nə gutzak van nə mins (Overpelt), ənə goodzàk (Maastricht), ənə gōdzak van ənə mins (Lozen), ənə gujzak van ənə mins (Neerpelt), ⁄t es ⁄ne goedzak (Rijkhoven), NB. Mar.: waarom gewillig (= bereidwillig =doet het gráág!) en gedwee gesplitst?: waarom dit bij gedwee??  eene goetzak (Overpelt), ook materiaal 23, 69; znd 35, 49  eene goedzak (Overpelt), ook materiaal znd 24, 22  go-ətzak (Maaseik), goedsak (Nieuwerkerken), goedzak (Diepenbeek, ... ), goejzak (Zichen-Zussen-Bolder), goeïzak (Achel), goodzak (As, ... ), gootzak (Kessenich), gōtzak (Neeroeteren), gujzak (Hamont), gutsak (Sint-Truiden, ... ), gutzak (Beringen), guutzak (Rosmeer), guzak (Neerpelt), gūdzak (Oostham), gūtsak (Aalst-bij-St.-Truiden), gūtzak (Schulen), gəu̯tzak (Lummen) III-1-4
goeie bol kool, algemeen: een krop kool:   gujə bol (Beringen) I-7
goeie, een ~ (zn.) hartelijk:   goeie (Meijel) III-3-1
goeierd braaf:   gooīerd (Egchel) III-1-4
goeivrouw peettante:   goeivrouw (Hamont), vroedvrouw:   goeivraa (Beverlo, ... ), goeivrouw (Neerpelt, ... ), goeivrève (Tessenderlo), goejvraow (Meijel), gōējvrééəf (Tessenderlo), gŏĕjvraa (Oostham), gŏĕjvrouw (Genk), gŏĕjvrow (Sint-Huibrechts-Lille), gŏĕjvràu (Lommel), gŏĕjvròw (Hamont), góówvrouw (Hamont), gùjvra (Beverlo), #NAME?  gooivrouw (Weert), cf. WNT s.v. "wijsvrouw"-wijzevrouw, wiesvrouw, wiezevrouw; cf. VD D-N s.v. "Hebamme"(vroedvrouw cf. WNT s.v. "nabuur  goei vraaw (Lommel) III-2-2
goeiwijf kraamverzorgster:   goeiweief (Tessenderlo), vroedvrouw:   goeiweief (Tessenderlo) III-2-2
goele roep- en lokwoord voor de gans:   gūlǝ (Hoepertingen) I-12
goele, goele, goele roep- en lokwoord voor de eend:   gulǝ, gulǝ, gulǝ (Kortessem), roep- en lokwoord voor de gans:   gulǝ, gulǝ, gulǝ (Zichen-Zussen-Bolder) I-12
goendag woensdagx:   gunda͂g (Koninksem), (zelden)  goe⁄ndôg (Tongeren) III-4-4