e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
klootzak balzak:   kloetzak (Bocholtz, ... ), kloeëtzak (Ell, ... ), klootzak (Klimmen), kloëtzak (Velden), klōētzak (Tungelroy), De informant merkt op dat hij 67 jaar is en reeds 30 weg uit Maastricht.  klŏĕtzak (Maastricht), Gemeen.  kloetzak (Gulpen), kloeëtzak (Gulpen), klootzak (Herten (bij Roermond), ... ), Meestal echter slechts fig. voor een persoon.  klôêtzak (Oirsbeek), bedrieger:   kloitzak (Uikhoven), bestialiteit:   kloetzak (Meijel), domme man:   kloetzak (Gronsveld), Doe maaks mich get paraat, klwaotzak  klwaotzak (Echt/Gebroek), galgenaas:   kloëtzak (Oirlo), geslachtsdelen (alg.):   klootzak (Klimmen), goedzak:   kloe"tzak (Beverlo), ook materiaal znd 24, 22  kluətzak (Molenbeersel), nietsnut:   kloo:tzak (Roermond), onkuisaard:   kloedzak (Meijel), prutser:   kloeətzák (Heel), sluwe persoon:   kloetszak (Meijel), teelballen: Gemeen.  kloatzak (Thorn), teelzak:   klōǝtzak (Sevenum) I-9, III-1-1, III-1-4, III-3-1, III-3-3
klootzakken prutsen:   kloeëtzakke (Kerkrade), klōētzakke (Tungelroy) III-1-4
klop pak slaag:   klop geve (Caberg), slag:   klop (Kortessem), vuistslag op de rug:   klop (Hasselt, ... ), klop op oerre rəg (Wellen) III-1-2, III-3-2
klop geven een pak slaag geven:   klop gegeven (Genk), klop geve (Caberg) III-1-2
klop jagen krijgertje spelen:   klop jagen (Lommel) III-3-2
klopboor klopboor, muurboor:   klǫp˱buǝr (Heel), klǫp˱bōr (Neeritter, ... ), klǫp˱bǫar (Bleijerheide), klǫp˱bǭr (Heijen, ... ) II-11
klopborstel kleermakersborstel:   klopborstel (Meeuwen), klopborsǝl (Reuver), klopbø̄rsǝl (Maastricht), klopkwast:   klǫp˱bǫsǝl (Diepenbeek) II-7, II-9
klopenkelen haarenkelen:   klobeŋkələ (Martenslinde), klopeenkele (Meerssen), klopēēnkele (Amby), klopinkele (Meerssen), klopinkelen (Eigenbilzen), kloͅbeŋkələ (Hasselt), klǫp˱eŋkǝlǝ (Amby, ... ), klǫp˱ēŋkǝlǝ (Lanaken, ... ), klǫp˱ęŋkǝlǝ (Bilzen), zich klopinkele (Eijsden), zich klopinkelen (Amby), zich klopènkele (Bilzen) I-9, III-1-2
klopenkeler haarenkelen:   klǫp˱ęŋkǝlǝr (Bilzen) I-9
klopezel geselblok:   klopezel (Maasmechelen) I-4