e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
huiken schoven opzetten in een hok:   hű.kǝn (Opoeteren), (met name gezegd van haver)  hukǝn (Bocholt, ... ), vlas hagen:   hukǝ (Opitter) I-4, I-5
huiken zetten schoven opzetten in een hok:   huiken zetten (Gruitrode) I-4
huikje bussel geharkte aren:   hű.kskǝ (Beek), klaverschoof:   hui̯kskǝ (Overpelt), hűkskǝ (Gruitrode), polsmof:   hūkskəs (Ophoven), spurrieschoof:   hui̯kskǝ (Overpelt) I-4, I-5, III-1-3
huikmantel kapmantel: Van Dale: I. huik, 1. lange kapmantel zonder mouwen, voorheen zowel door mannen als door vrouwen gedragen.  hoekmantjel (Swalmen) III-1-3
huil gehuil, geschrei:   həəl (Loksbergen) III-1-4
huilbier ketelmuziek add.: Oud gebruik bij den ondertrouw: om bier kwam men een soort treurmuziek maken; in later tijd schoot men pistolen af.  huulbier (Heerlen), Zie: rammele.  huulbeier (Sittard), pannenbier:   hȳlbēr (Oirsbeek), traktatie bij het plaatsen van de mei:   huulbeer (Oirsbeek), traktatie van jonggehuwden: Wie geen huulbeer geeft wordt afgegraven of krijgt vaarmuziek.  huulbeer (Valkenburg) II-9, III-3-2
huildobbel bromtol:   huuldobbel (Kerkrade, ... ), hūldŏbəl (Waubach) III-3-2
huildok bromtol:   huuldok (Merkelbeek, ... ) III-3-2
huildop bromtol:   (h)uuldop (Elsloo, ... ), den uuldop opzette (Sittard), huul-dob (Ulestraten), huuldob (Baexem, ... ), huuldop (Baarlo, ... ), huuldòp (Roermond, ... ), huëldob (Baarlo, ... ), huëldop (Blerick, ... ), hūl-dŏp (Pey), hūūldŏp (Grevenbicht/Papenhoven), húúldob (Herten (bij Roermond)), hüldop (Venlo), hüüldop (Wessem, ... ), u:ldop (Roosteren, ... ), uuldop (Geleen, ... ), (huilen)  huuldop (Geleen, ... ), [NB huule: huilen]  huuldop (Sittard), Afkomstig van hulen i.pl.v. brommen.  huuldop (Puth), bromtol  ūūldop (Panningen), Das Etymon (h)uuldop, das wir für Herkenbosch, Melick, Stevensweert (neben pompernel) und Halen belegen konnten, und das auf das (h)ulen: Brummen des Kreisels Bezug nimmt, hat nur örtlich diesen Inhalt. Auch slagdop (Moll neben zwiepdop), staldop Kreisel, den man stellt (Beerse neben staldjas, Arendonk), soppie, sop, soptol, jossop, jaogsop, deren sop irgendwie mit franz. sabot zusammenhängt (Dorst, Oosterhout, Waspik, Made, Hooge Zwaluwe, Breda), jaagdop (Koninksheim, Heers) sind nur örtlich belegt.  (h)uuldop (Herkenbosch, ... ), Het eigenlijke "huuldop"is i.v.m. de in het Sittards dialect zeer labiele h tot "uuldop"geworden.  uuldop (Sittard), huildop  huuldob (Geleen), I. Alleen van blik;  huuldop (Venlo), In beide gevallen.  huuldop (Haelen, ... ), liefst van palmbomen hout vervaardigd om bestand te zijn tegen treffers van andere tollen  huulldop (Nuth/Aalbeek), NB hülle: huilen, loeien.  hüldop (Kerkrade), Opm. = bromtol.  huuldop (Beegden), vgl. pag. 439: Bromtol.  den uuldop opzëtte (Sittard), vgl. pag. 46: bromtol, niet gebr.; z. huuldop*.  hūūldop (Roermond) III-3-2
huildop opzetten met een priktol spelen: als men alleen speelde  huuldop opzette (Nuth/Aalbeek) III-3-2