e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
geschelpte duif met grotere kleurschakeringen:   gesjölbdje (Herten (bij Roermond)), gesjöälpdje (Echt/Gebroek) III-3-2
geschelpte, een - duif met effen grijs-blauw vederkleed:   geschelpte (Venray), duif met grotere kleurschakeringen:   geschelpde (Eys), geschöllepdje (Weert), geschûlbde (Houthalen), gesjelpte (Geleen), gəsjöldə (Beesel), ne geschelpte (Koersel), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller heeft hierbij twee bijlagevellen bijgevoegd, t.w.  ’ne gesjélpte (Bilzen), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook "klanktabel v.h. Zolders (uitspraak)", aan de achterkant van de laatste pagina!  ne geschù.lepde (Zolder), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook aantekening van de invuller, op de laatste pagina!  gəsjulpdjə (Grathem, ... ), Algemene opmerkingen bij deze vragenlijst:  gesjölpdje (Thorn), duif met kleine kleurschakeringen: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook aantekening van de invuller, op de laatste pagina!  gəsjulpdjə (Grathem, ... ) III-3-2
geschelpte, een ~ duif met grotere kleurschakeringen:   geschelpte (Mielen-boven-Aalst), gesjelptə ... (As) III-3-2
geschenk geschenk:   chəsjenk (Grevenbicht/Papenhoven), gescheenk (Itteren, ... ), geschenk (Meeuwen), geschĕnk (Tienray), geschink (Hoensbroek, ... ), gesjink (Klimmen, ... ), gesjènk (Kesseleik, ... ), gesjénk (As, ... ), gesjënk (Merkelbeek), gəsjeengk (Epen), gəsjenk (Kapel-in-t-Zand), gəsjink (Maastricht, ... ), gəsjīnk (Heerlen), gəsjénk (Nieuwenhagen, ... ), jesjenk (Kerkrade), o.  gəšeͅ.ŋk (Eys) III-3-1, III-3-2, III-3-1
geschenk (zn.) besteken:   gesjink (Maastricht), een cadeau geven add.:   gesjink (Maastricht)
geschenk geven een cadeau geven:   geschenk geven (Paal) III-3-2
geschenk langen besteken:   geschenk langen (Eksel), een cadeau geven:   geschenk langen (Eksel) III-3-1, III-3-2
gescherfd (stro) haksel:   gǝsxęi̯rǝft [stro] (Neerpelt), gǝsxɛrǝft [stro] (Achel, ... ) I-4
gescherpte speek spaak:   geširptǝ špęi̯k (Puth  [(hoekige spaak)]  ) I-13
geschetter (zelfst. nmw.) kakelen:   gǝsxɛtǝr (Eksel) I-12