e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de molen voeren aanmalen:   dǝ mīǝ.lǝ vō.rǝ (Opitter) II-3
de molen vullen een zak opgieten:   [de molen] vø̜lǝ (Tongeren) II-3
de molenkar varen ketsen, molenkar varen:   dǝ mø̄lǝkɛr vārǝ (Kaulille) II-3
de mond bij zich hebben welbespraakt zijn:   dai hait de môndj bie zig (Melick) III-3-1
de mond roeren welbespraakt zijn:   mondj reuren (Born) III-3-1
de mond ziek hebben spruw:   de mont zeek höbbe ? (Heek) III-1-2
de mook uitpakken de organen verwijderen:   dǝ muk ǭtpakǝ (Helchteren) II-1
de morgen dagdienst:   dǝ mørǝgǝ (Hamont  [(Eisden)]   [Eisden]) II-5
de morgenklok luiden de morgen luiden:   de murgeklok (Schinnen), de mörrigeklok (Meerssen), mergeklok (America, ... ), morgeklok (Posterholt, ... ), murgeklok (Ophoven), mörgeklok (Waubach), møͅrgəkloͅk (Tungelroy), t loewt de mörgeklòk (Nieuwenhagen) III-3-3
de morgensklok luiden de morgen luiden:   de mòrgesklok (Schinnen), de mörgensklok (Sittard), de mörgesklok (Klimmen), de mörjensklok (Chèvremont), de mürgesklok (Hoensbroek), maergesklok (Meijel), morgesklok (Baarlo, ... ), mŏrgesklok loetj (Thorn), murgesklok (Eys, ... ), mŭrgesklok (Schimmert), mörgesklok (Doenrade, ... ), mörregesklok (Klimmen), møͅrgəskloͅk (Ell, ... ), møͅrgəskloͅk lūwə (Holtum) III-3-3