e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
bruisgat / broesgat tap van de houten gierton:   brūs˲gā.t (Sevenum) I-1
bruistig bronstig, van merries:   brustex (Vlodrop  [(wordt gezegd van varkens)]  ) I-9
bruit verdachte zaak: of verwant met Van Dale: II. bruid, 1. draf, spoeling, varkensvoer; -2. vloeibare mensendrek?  broeit (Eksel), bruit (Eksel) III-3-1
bruiten buurten:   brui-tə (Maastricht) III-3-1
bruizelen met tussenpozen regenen:   breuzələ (Susteren) III-4-4
bruizeltje kleine hoeveelheid eten:   bruiselke (Oost-Maarland) III-2-3
bruizer/broezer kraan van de metalen gierton:   brūzǝr (Lottum, ... ) I-1
bruken wrikken met een beitel:   brujǝkǝ (Tessenderlo), brȳkǝ (Leopoldsburg), brø̜jkǝ (Heel, ... ), zwoegen:   briehke (Genk), ich hem dao moeten brueken (Kaulille), cf. WBD III, 1.4: idem  bruuke (Zonhoven), mar.: ?; zie id WBD 1.4  ech höb mottən brykən (Zonhoven) II-12, III-1-4
bruker avegaar:   brȳ.kǝr (Tungelroy) II-12