e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
leggende moer leggende werkbij:   lɛgǝndǝ mo.r (Dilsen) II-6
leggende werkbij leggende werkbij:   leggende werkbij (Genk), legǝndǝ [werkbij] (Asenray / Maalbroek, ... ), lęgǝndǝ [werkbij] (Asenray / Maalbroek, ... ) II-6
leggende werkster leggende werkbij:   leggende werkster (Diepenbeek, ... ) II-6
leggens vak van een kast:   leikes (Noorbeek) III-2-1
legger berrie:   lęgǝr (Lummen), graanzwad, rij gemaaide halmen:   lęgǝr (Schimmert), legger:   lē̜gǝr (Herten, ... ), lęgǝr (Haelen, ... ), lęqǝr (Baexem, ... ), lɛgǝr (Berverlo, ... ), ligger:   lęgǝr (Berbroek, ... ), lęqǝr (Epen), lɛqǝr (Maastricht), plank, legplank:   lęgǝr (Bilzen), tasser in de schuur:   lɛgǝr (Stokkem), tasser op de wagen:   lęgǝr (Stokkem) I-4, I-9, II-12, II-3, II-7
leggers balken van de zolder boven de dorsvloer:   lɛgǝrs (Achel) I-6
leggertje de vier zijden van een bikkelbeentje:   leggerke (Rijckholt) III-3-2
leghaak duim:   lɛxhǭk (Tessenderlo  [(meervoud: lɛxhǭʔǝ)]  ), hengselduim:   lɛxhǭk (Tessenderlo) II-9
leghen vrouwelijke kip:   lękhen (Hasselt), lęxhen (Hoeselt) I-12
leghout balken van de zolder boven de dorsvloer:   lęxǭt (Hasselt) I-6