e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kwajongen guit, schalk:   kooijongen (Hoeselt), kwajongen (kaartspel):   kaoejonge (Waubach), kaojonge (Doenrade, ... ), kaojongen (Heerlerbaan/Kaumer), ko-jon-gê (Widooie), koajonge (Bocholtz, ... ), koejoenge (Kuringen), koejonge (Epen, ... ), koejonge (soort kaartspel) (Rijkel), koejounge (Gronsveld), kojonge (Heerlen, ... ), kojongen (Eigenbilzen), koojonge (Brunssum), kōͅjoŋə (Amstenrade), kōͅəjoŋə (Nieuwenhagen), koͅjoͅŋə (Loksbergen), kuəjoͅŋə (Eys), kwaajonge (Susteren), kwajongen (Zonhoven), #NAME?  kaojonge (Hulsberg), In: Veldeke, jg. 38 (1963), nr. 209, p. 53 - voetnoot 6.  koewejonge (Margraten), kaujonge=kaartspel troeven  kaujonge (Sittard), puber: jongens  kajonge (Jeuk), snotneus:   kwajongen (Thorn) III-3-2, III-1-4, III-2-2, III-3-2
kwajongen (zn.) schoepen add. (1):   kojjoenges (Bilzen)
kwajongensstreken uithalen schoepen:   kojjoengestriëke authaole (Bilzen) III-3-2
kwak beetje, een weinig: (kwekske-kwakke). "praat  kwak (Tungelroy), (meervoud: kwakke; verkleinwoord: kwekske).  kwak (Altweert, ... ), bepaalde hoeveelheid:   eine kwak (Schimmert), kwak (Amby, ... ), kwàk (Heel, ... ), ⁄n kwak (Blerick, ... ), ⁄ne kwak (Maastricht), (= vlies).  kwak (Meijel), (verkleinwoord: kwekske; meervoud: kwek).  kwák (Castenray, ... ), beurs, overrijp:   kwak (Guigoven, ... ), dons, nestveren: doorgaans het vogeltje als geheel  kwakke (Schulen), sic. doorgaans het vogeltje als geheel  kwakken (Groot-Loon), een jong pas uit het ei:   kwak (Meijel, ... ), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook aantekening van de invuller, op de laatste pagina!  kwak (Grathem, ... ), gemene vrouw:   kwaak (As), grof gebouwde vrouw:   kwak (Tessenderlo), huismus, mus: onomat. jong vogeltje  kwak (Venlo), jong dat pluimen begint te krijgen (zn.): Algemene opmerking: deze vragenlijst is heel slecht ingevuld!  kwak (Maasbree), jong en kaal vogeltje:   kwák (Zonhoven), jong en kaal vogeltje adj.:   kwaak (Eksel), kwak (Jeuk, ... ), kwakke (Hoeselt, ... ), kwàk (Venlo), jong van een dier: vogel  ’n kwak (Blerick), kaal duivenjong:   kwach (Bilzen), kwak (Beesel, ... ), ə kwàk (Heks), kikker:   kwak (Beringe, ... ), kwak (zelden) (Venlo), kwɛk (Maasbree, ... ), mals, gezegd van boter:   kwak (Hoeselt), nog in het ei zittend kipje:   kwak (Meijel), plensbui, zware bui:   kwak (Swalmen), roep- en lokwoord voor de gans:   kwak (Peer), slecht dragend ijs:   kwàk (Sittard), slecht paard:   kwak (Bocholt  [(sukkelachtig paard)]  ), sperma:   kwak (Kinrooi), verzopen mortel:   kwax (Beverst), vogeltje dat nog niet kan vliegen:   kwak (Blerick, ... ), kwak, kwek (Venlo), kwak, kwekske (Reuver), kwàk (Sevenum), jonge vogel in het nest  kwak (Wanssum), pas uit het ei ("pasgeboren"(sic))  kwak (Tegelen) III-4-4, I-12, I-9, II-9, III-1-1, III-1-4, III-2-3, III-3-2, III-4-1, III-4-2, III-4-4
kwak (water) bepaalde hoeveelheid: (kwekske-kwakke).  kwak (Tungelroy)
kwak kalf pasgeboren kalf:   kwak [kalf] (Alken, ... ) I-11
kwak met donshaar kaal duivenjong: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook aantekening van de invuller, op de laatste pagina!  kwak mét dónshaor (Grathem, ... ) III-3-2
kwak schijten coccidiose:   kwak sjéte (Rijkhoven) III-3-2
kwak van het been knieholte:   kwak v.h. been (Lommel) III-1-1
kwak, kwa roep- en lokwoord voor de gans:   kwa, kwa (Rijkhoven, ... ) I-12