e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kremp gewaagd eerder te weinig dan te veel gemeten: Van Dale: kremp, II. (gew.) krap; -karig. Ook krempelijk.  dḁs es kreͅmp gəwoacht (Leut) III-3-1
krempel bouwval:   krɛmpəl (Stokkem), nauw, eng: Vb. dat pák is te krempel gemákt.  krempel (Castenray, ... ) III-4-4, I-1, III-2-1, III-4-4
krempel (du.) ongeordende hoeveelheid, chaos:   krumpel (Valkenburg)
krempel boeren slecht bemesten:   krɛ ̝mpǝl bōrǝ (Sevenum)
krempelijk eerder te weinig dan te veel gemeten: Van Dale: kremp, II. (gew.) krap; -karig. Ook krempelijk.  dat es krømpələk (Mechelen-aan-de-Maas) III-3-1
krempen felsen:   kręmpǝ (Houthalen, ... ), krɛ.mpǝ (Hasselt) II-11
kreng bazige vrouw:   kreng (Heerlerbaan/Kaumer), kring (Melick, ... ), ⁄n kring (Maastricht), beestachtig persoon; beestachtig: vraag 400 is een dubbel bestand (2 x 115) waaruit twee lemmata vervaardigd moeten worden: "beestachtig (van karakter)"; "beestachtig persoon  kring (Mheer), boosaardig paard:   kreŋ (Baarlo, ... ), kriŋ (Zutendaal), kręŋ (Kaulille, ... ), krɛŋ (Urmond), gemene vrouw:   ein kring (Nunhem), kreng (Doenrade, ... ), kring (Geulle, ... ), krèng (Zonhoven), kréng (Meijel), un kring (Maastricht), ⁄n kring (Caberg), e krèng van ¯n wèè.f: Een kreng van een wijf  krèng (Hasselt), gierigaard:   krèng (Achel), kréng (As), kadaver:   kreng (Reuver, ... ), kreŋ (Eijsden, ... ), kring (Venlo, ... ), krɛŋ (Bree, ... ), (?)  kreng (Eijsden), eigen spellingsysteem  kreng (Merkelbeek), ideosyncr.  kreng (Neer), IPA  krɛŋ (Kwaadmechelen), Veldeke  kreng (Waubach), WBD/WLD  kreng (As), krĭng (Maastricht), WLD  kríng (Weert), WLD kort uitgesproken  kreeng (Vlijtingen), knorrepot:   en kreng (Zonhoven), koptouw:   kreŋ (Linkhout), krē̜ŋ (Hasselt), kręŋ (Beringen, ... ), lastig kind:   kring (Maastricht, ... ), (vrl.).  kring (Meijel), oud, versleten paard:   kreŋ (Bree), kriŋ (Zutendaal), kręŋ (Kaulille), slecht paard:   kreŋ (Neeroeteren, ... ), spanstokje:   krē̜ŋ (Beringen), staartkoord:   kreŋ (Linkhout), tuierpaal:   krɛŋ (Beringen, ... ), zich moeilijk laten melken:   kreŋ (Haelen) I-11, I-8, I-9, III-1-4, III-3-1, III-4-2
kreng van een wijf gemene vrouw: kreing is vrouw  zoe’n kreing van e wijf (Kortessem) III-1-4
krengel knuppel, knots:   kreungəl (Tongeren) III-1-2
krenken aanstoot geven:   krénkə (Maastricht), iemand kwaad maken:   krinke (Beverlo), smalen:   krenke (Maastricht, ... ), verdriet; verdriet doen:   krènke (As, ... ) III-1-4, III-3-1