e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kreis (du.) cirkel, kring:   krais (Bleijerheide, ... ), lijn waar het spel begint:   kreits (Mechelen-aan-de-Maas), kritsj (Mheer), va kreits (Klimmen), va kreits goa (Heek, ... ), (= meet).  kreits (Valkenburg), (= streep m.  kreits (Heer), (= van meet af).  van kreits (Berg-en-Terblijt), Du. Kreis. De kènger trèkken een kreits oppe grónd: streep.  kreits (Uikhoven), NB kritse: streep trekken met krijt.  krits (Boorsem), Van kreits aaf: van begin af.  kreits (Valkenburg) III-3-2, III-4-4
kreisel (du.) drijftol:   kreisĕl (Lontzen) III-3-2
kreisje (<du.) bruien meetje steken:   kretsje bruuje (Mheer) III-3-2
kreisje (<du.) gooien uitmaken wie mag beginnen:   vər zallən irs kreitske goeje (Lanaken) III-3-2
kreiszaag cirkelzaagmachine:   krē̜js˲zāx (Gennep, ... ) II-12
kreit sintel:   kreit (Sittard) III-2-1
kreiten iemand hinderen: Van Dale: kreiten, (gew.) treiteren. WNT: kreiten, boos maken, inzonderdheid: plagen, sarren, tergen.  krijte (Stein), kwellen:   krèètə (Loksbergen), Van Dale: kreiten, (gew.) treiteren.  kreite (Stein), kwelling/pesterij: Van Dale: kreiten, (gew.) treiteren.  kreite (Stein), lastig zijn:   krèètə (Loksbergen), lastigvallen: Van Dale: kreiten, (gew.) treiteren.  krijte (Stein), treiteren:   i:məd kretən (Bilzen), iemand kreiten (Linkhout), iemend kreten (Bilzen), iemes kreete (Rosmeer), iemet kreete (Rosmeer), imand kreete (Berbroek), imand kreten (Diepenbeek), imand krētə (Herk-de-Stad), kre-te (Wellen), kree[i̯}tə (Swalmen), kreete (Genk, ... ), kreet’n (Diepenbeek), kreite (Klimmen, ... ), krete (Spalbeek), kreten (Diepenbeek), krējte (Zutendaal), krētə (Martenslinde), krētən (Diepenbeek), kreͅitə (Opgrimbie), krijten (Horn), krèètə (Loksbergen), krêtən (Eigenbilzen), cf. VD = treiteren  eeme krijte (Molenbeersel), cf. VD s.v. "kreiten"(gew.) treiteren  kreite (Maastricht), cf. VD s.v. "kreiten"= treiteren  kree.te (Zonhoven), die zijn gebuur wil kreiten moet duiven hoûn en geiten: die zijn gebuur wil treiteren moet duiven en geiten houden  krete (Kortessem), minder gebruikt  ieme kreͅitə (Mechelen-aan-de-Maas), Van Dale: kreiten, (gew.) treiteren. WNT: kreiten, boos maken, inzonderdheid: plagen, sarren, tergen.  kreite (Stein, ... ), uitsliepen: [vgl. G. Naert (1985), pag. 13 sub unica en vergissingen: kreten].  iemand kreten (Houthalen), algemeen voor tergen  krä:tə (Loksbergen) III-1-4, III-3-1, III-3-2
kreiteren treiteren:   krɛtərən (Genk) III-1-4
kreitlap treiterkop:   kreetlap (Heerlen) III-1-4
krek eerder te weinig dan te veel gemeten:   krek (Houthalen) III-3-1