e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
krauwel achterblijver:   krau̯ǝl (Noorbeek, ... ), deugniet:   krōūwəl (Nieuwenhagen), fruit, slechte kwaliteit:   krauwel (Heerlen, ... ), gedrongen persoon:   hee is eine krawwel (Stevensweert), jongste kind:   krauwəl (Holtum), cf. Dl. III, afl. 1 p. 24 s.v. "krauwel"in lemma "jongste vogeltje uit het nest  krawwel (Geleen), jongste vogeltje uit het nest:   kraowel (Vlodrop), klein in zijn soort:   ene kràwel (Geleen), kraowel (Vlodrop), krauwel (Doenrade), krawwel (Swalmen), krawwəl (Urmond), krouwəl (Heerlen), kràwel (As), krawwel, sjplinter, kroekesjtop, dumeling, kroddel, piezel, ongerduër, rebbedepke, sjaermoel, sjpin, kröppel, kabberdoes (= klein huis, kleine winkel of café), mögkepis (= regen van geen betekenis).  krawwel (Klimmen), kleinste dier van het nest:   kraouwel (Sittard), krauwel (Montfort), ideosyncr.  krauwel (Vlodrop), Veldeke  krauwel (Waubach), WLD  krauwel (Born), krawəl (Montfort), WLD (eig. WNR: haak, drietand?)  de kràùwel (Schimmert), onvolgroeide vrucht:   kraowel (Noorbeek, ... ), krawwel (Stein), krawəl (Meeswijk), krouwel (Vaals), kroͅ.u̯əl m. (Ingber), kráwwel (Maastricht), + WLD  krawwel (Klimmen, ... ), ideosyncr.  krauwel (Vlodrop, ... ), krewwel (Gronsveld), WBD/WLD  krouwəl (Heerlen), WLD  krauwel (Born, ... ), krawwele (Maastricht), krouwel (Gulpen, ... ), kràwəl (Montfort), WLD vooral van appels / ook wel: stout kind  krauwel (Ubachsberg, ... ) I-12, I-7, III-1-1, III-1-4, III-2-2, III-4-1, III-4-2, III-4-4
krauwel, een - klein persoon:   dat is eine krouwel (Berg-aan-de-Maas), ene krawel (Neerbeek), hae is ene krawwel (Ulestraten), hêê is ene kRouwel (Heerlerheide), krauwel (Nuth/Aalbeek, ... ), t is ne krawwel (Klimmen), t is ne kròwel (Schinveld), zwak en mager persoon:   eine krauwel (Schimmert), ene krauwel (Obbicht), kraewel (Montfort), ənə [kr‧awwəl} (Montfort) III-1-1
krauwels zeer kleine aardappelen:   krau̯ǝlǝ (Boukoul, ... ), kraǝu̯ǝls (Bocholt) I-5
krauweltje onvolgroeide vrucht:   kréwwelke (Maastricht), WLD  krèùwelkes (Ubachsberg) I-7
krauwen krabben:   kraowe (Heerlen, ... ), krauwe (Nieuwenhagen, ... ), met de benen zwaaien en bewegen tijdens het werpen:   krǫu̯ǝ (Sevenum), urineren:   krawwe (Klimmen), krouwe (Klimmen), krouwwe (Klimmen), zijstukken van het raam:   krǫu̯ǝ (Banholt, ... ) I-2, I-9, III-1-1, III-1-2
krauwenpoot kruipende boterbloem:   krauwepaut (Schimmert), WBD/WLD  krauwəpôôt (Grevenbicht/Papenhoven, ... ), krawwepoot (Urmond), WLD (voor oorspronkelijke gegevens, zie vragenlijst L 292) Additie bij vraag 104: - voor kruipende boterbloem  kraawepwoit (Meerssen) III-4-3
krauwietelen doelloos friemelen:   krawietelen (Gruitrode) III-1-2
krauwsel schiefelbeen:   krø̜u̯sǝl (s-Gravenvoeren), schurft:   krauwsel (Neerpelt), krowsel (Achel), krowsəl (Neerpelt), Voor mensen.  krouwsel (Overpelt), sintel:   krouwsəl (Overpelt) I-9, III-1-2, III-2-1
kravat (<fr.) halfhemd:   kervat (Maasniel), stropdas:   cravat (Alken, ... ), cravate (Gingelom, ... ), cravatt (Bilzen), cravatte (Ulbeek), crevat (Houthalen, ... ), crevate (Genk), karvat (Borgharen, ... ), karwat (Waasmont (WBD)), kervat (Beek (bij Bree), ... ), kerwat (Neerhespen (WBD)), keͅrvat, keͅrwat (Sittard), kra.va.t (Borlo, ... ), kraavat (Kermt, ... ), kravat (Amstenrade, ... ), krAvat (Oirsbeek), kravat (Oost-Maarland, ... ), kravatt (Lontzen), kravàt (Sint-Truiden), krawat (Kerkrade, ... ), krāvat (Bree), krevat (Bocholt, ... ), krevāt (Bree), krevet (Sint-Huibrechts-Lille), krevát (Uikhoven), kruvat (Mesch, ... ), krvat (Stein), krëvat (Lanklaar), krəva.t (Kermt, ... ), krəvat (Boorsem, ... ), kərva.t - kərveͅt`ə (Rotem), kərvat (Diepenbeek, ... ), kərvāt (Bree), kərvāt, -ə, -veͅtjə (Neeroeteren), kərvát (Opgrimbie), [Fax Maurice Moyaerts 18/03/02]  kravat (Vorsen), als de das reeds gebonden was  krawat (Kerkrade), beiden kort model  kravat (Heerlen), Bijvorm kervat.  krevat (Maastricht), daarna  kravat (Klimmen), Et. Fr. cravatte.; syn. plastrôo.  krëvat, kërvat (Tongeren), Fr. cravate (= verfranste vorm van Croate: lid van de slavische volksstam der Kroaten). De Kroatische ruiters droegen een linnen band om de hals: Kroatische sjerp dus.  kravat (Achel, ... ), Fr. cravate.  kervat (Gronsveld), krevat (Bree, ... ), Ook wel eens plastrôn.  krevat (Kortessem), oud  kervat (Ell), ouderwetse das, voor-gebonden  kravat (Haelen), ps. boven de a staat nog een ?; deze combinatieletter is niet te maken, omgespeld is het inderdaad een a.  krāvat (Grevenbicht/Papenhoven), syn. plastrao. Zie ook afb. p.134.  krevat (Diepenbeek), Vgl. Fr. cravate.  krevat (Weert), zie krëvat.  kërvat (Tongeren), Zie ook biend, sjlieps.  kravat (Heerlen), ‘karwat(e)’  karwat (Schaesberg), vlinderdasje: [sic - 1 v.d. 3 informanten; overige 2: kravat stropdas]  kravat (Brunssum) III-1-3
kravatje (<fr.) stropdas:   karwatje (Wellen) III-1-3