e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
koud en nevelig koud, mistig en somber weer:   kaaid en nievelig (Caberg), kaajt en niefələch (Maastricht), kaod en nievelieg (Kerkrade), kaot en niēëvəlig (Nieuwenhagen), kòud en nīēëvelig (Hoensbroek) III-4-4
koud en schuiverachtig druilerig en koud weer:   kaad en sjuuverechtig (Neer) III-4-4
koud en schuiverig guur, kil en schraal weer:   kaat en sjŭŭverig (Tegelen) III-4-4
koud gevroor vriesweer:   kaal gevreur (Grathem) III-4-4
koud gewicht slachtverlies:   kǭt gǝwex (Geulle) II-1
koud insmeren koud aftrekken:   kǭt ę̄šmę̄rǝ (Montzen) II-10
koud laten werden laten afkoelen:   kǭt lǭtǝ wę̄rǝ (Thorn) II-3
koud laten worden het vlees laten besterven:   kalt lǭtǝ wē̜rǝ (Boekend), kǫwt lōlǝ wē̜rǝ (Susteren) II-1
koud maken kip van broedsheid genezen:   kāt mākǝ (Melick) I-12
koud tegeneen kopse las:   kāt tē̜gǝnęjn (Sint Odilienberg), kǫwt tē̜gǝnęjn (Stein) II-12