e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hotselaar rammelkar:   hutsǝlē̜r (Eisden) I-13
hotselen dik worden:   hótsele (Sevenum), hotsen:   hodzele (Kessel), hotsele (Afferden, ... ), hotselen (Jeuk, ... ), hotselle (Venray), hōtsele (Weert), hŏŏdzele (Horst), hŏtsele (Gennep), klonteren:   hotsele (Venray), hōtsele (Sevenum), moeilijk vooruitkomen:   hutsjele (Mechelen) III-1-2, III-2-3, III-3-1
hotselkaas witte kaas, wrongel:   hoͅtsəlkēͅs (Gennep, ... ) III-2-3
hotselkar rammelkar:   hutsǝlkɛr (Maasbracht), hǫtsǝlkar (Achel  [(een kar die aan het verslijten is)]  ) I-13
hotsen hotsen:   (h)otsə (Sint-Truiden), (hotsə) (Aalst-bij-St.-Truiden), hodse (Thorn), hootse (Meijel), hotse (Amby, ... ), hotsen (Alken, ... ), hotsen en hobbelen met ne platte veloband op slehte wegen (Peer), hotsë en botsë (Tongeren), hotsə (Beringen, ... ), hōēetsen (Elen), hōtsen (Oirlo), hŏĕtsə (Heerlen), hŏŏtse (Leunen), hŏtse (Well), hoͅtsən (Tessenderlo), hu.tsə (Eys), hŭtsje (Herten (bij Roermond)), hòtsö (Stevensweert), hòtsə (Gennep), hótse (Hunsel, ... ), hótsə (Venlo), schokken:   hotsǝ (Maasniel) I-13, III-1-2, III-3-1
hotsen? woest, wild rijden:   hotse (Venray) III-3-1
hotten zwoegen: cf. Franck-Van Wijk van Haeringen p. 264 (FvW)  (h)òttə (Niel-bij-St.-Truiden) III-1-4
hotten en totten huisraad, inboedel:   hoͅtə ɛn toͅtə (Eupen) III-2-1
hou langzamer:   huu̯ (Tungelroy), hōu̯ (Hoensbroek, ... ), hūu̯ (Achel), hǫu̯ (Grevenbicht / Papenhoven, ... ), hǭu̯ (Hamont, ... ), ou̯ (Lanklaar, ... ), stilstaan:   hou̯ (Beek, ... ), hōu̯ (Bilzen, ... ), hōǝu̯ (Nederweert), hǫu̯ (Achel, ... ), hǫu̯. (Kleine-Brogel), hǭu̯ (Berverlo, ... ), ou̯ (Boorsem, ... ), ø̜̄u̯ (Borlo), ōu̯ (Brustem, ... ), ǫu̯ (Herstappe, ... ), ǭu̯ (Aalst, ... ), vlugger:   hǫu̯ (Maasniel) I-10
hou-hot stilstaan:   ou̯ øt (Meeswijk  [(ter plaatse rechts)]  ) I-10