e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hij slaat zijn vader hij aardt naar zijn vader: of: slacht?  he slaeht ze vour (Sint-Truiden) III-2-2
hij spijt er niet in lusten: spuwt er niet in  hae sjpieter neet in (Neer) III-2-3
hij staalt op zijn vader hij aardt naar zijn vader:   hae staalt op zien vader (Venlo), hai sjtaalt op zie vader (Herten (bij Roermond)), hee staalt op zien vader (Blerick), hee stalt op zie vader (Velden), heen staalt op zien vader (Arcen), hej staalt op zie vader (Oirlo, ... ), hi-staalt óp zin vader (Oostrum), hè sjtaalt op sie vaader (Melick), hè sjtaalt op sien vader (Tegelen), hè sjtaalt op zien vader (Tegelen), hè staald op sin vaader (Reuver), hè staalt oop zie vader (Lottum), hè staalt op zien vader (Steyl), hèè stalt op zin vaader (Arcen), hé staalt òp zien vaader (Grubbenvorst), hê staalt op zien vader (Blerick), cf. VD s.v. "III. stalen"3. (onoverg. veroud., gew.) = bij elkaar passen, gelijken  hae staalt op zie vader (Velden) III-2-2
hij staat loops: (ww.vorm)  ii̯ støͅt (Leunen) III-2-1
hij treedt (zich) zich bij het stappen op de voorhoeven trappen:   hę trø̜tj (Weert), hǝ trɛt (Beverst) I-9
hij trekt juist op zijn vader hij aardt naar zijn vader:   hè trèktj djeust op ze vader (Ophoven) III-2-2
hij trekt op zijn oude hij aardt naar zijn vader:   heje truk op ziene ouwe (Nieuwenhagen) III-2-2
hij trekt op zijn pa hij aardt naar zijn vader:   hieë trick op z’n paa (Neerrepen), hij trekt op ziene pa (Bocholt) III-2-2
hij trekt op zijn vader hij aardt naar zijn vader:   e trik op ze voar (Kerkom), he trékt op zīē vaaər (Neerglabbeek), hee trèkt op zīē vajer (Gruitrode), hij trekt op zijn vader (Heppen), hij trekt op zijnen vader (Wijchmaal), hij trekt op z’n vaər (Hoeselt), hè trekt op zīē vadər (Meeuwen), hè trèkt op zie vader (Bree), hè trêekt op zîen vaader (Velden), hé treekt op zie vader (Bocholt), héə trèkt op zə vaadər (Montzen), è trek op ze voader (Bilzen), é trekt op ze vader (Opglabbeek), cf. VD s.v. "trekken"31. (niet alg.) zwemen, gelijken  ə trik op zə vaor (Sint-Truiden) III-2-2
hij werkt gaarne mak:   hi węrǝkt gē̜r (Meijel) I-9