e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hij is opgetrokken (ver-?) dood (adj. schertsend bedoeld: znd 23, 022b;  hij is opgetrokken (Kessenich) III-2-2
hij is perfect wie zijn vader hij aardt naar zijn vader:   her is perfek wi ze vader (Rimburg) III-2-2
hij is pieringen vangen dood (adj. schertsend bedoeld: znd 23, 022b;  hee is pieringe vange (Stevoort) III-2-2
hij is prat zijn vader hij aardt naar zijn vader:   hee is prout zie vader (Kessel) III-2-2
hij is r.i.p. dood (adj. schertsend bedoeld: znd 23, 022b;  hee is rippi (Stevoort), hè is rip (Neeroeteren) III-2-2
hij is repen snijden verdwenen: {rie.p\\}  hij is rieëpe sny-j-en (Eksel), riepe snij`je (Eksel) III-1-2
hij is strepen verdwenen:   e is sjträöpe (Gulpen) III-1-2
hij is van een kale reis thuisgekomen een blauwtje lopen:   hij is van een kaal reis thuisgekomen (Meeuwen) III-2-2
hij is verteren middagdutje doen (b): [?]  hij is verteren (Tessenderlo) III-1-2
hij is zaliger (selicher; d) dood (adj. schertsend bedoeld: znd 23, 022b; cf. VD D-N s.v. "selig  hè is zieliger (Opglabbeek) III-2-2