e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hard vlees eelt, eeltknobbel:   hat vlèèsch een e haan (Mal), heat vliesch (Jeuk), houət vleesch (Voort), `  hō.t fleͅis in zən hān (Borgloon) III-1-2
hard vliegen hard, snel vliegen:   haart vleege (Weert), hart vlīgə (Meijel) III-3-2
hard voeder andere voedermengsels: Opm. v.d. invuller: is mais met gerst, zonnepitten, padie ruw rijst (met bast) en gepunte haver.  hardvoer (Meijel), voedermengsel voor duiven die moeten presteren (vroeger): Opm. v.d. invuller: agtenvoer plus hardvoer (zie 172).  hardvoer (Meijel) III-3-2
hard waaien hard waaien:   haard wèije (Weert), hard waeje (Milsbeek, ... ), hard wei-jen (Bergen), hard wèèie (Middelaar), heͅrt weͅn (Beringen), heͅrt wäiə (Lommel), heͅt weͅn (Paal), heͅt weͅə (Linkhout), heͅt wuə (Halen), hàrt wēͅjən (Hamont), ’t waait hàrd (Overpelt), haart wèjen  hārt ⁄wēͅjən (Neerpelt), haat weien  hat weͅiə (Herk-de-Stad), hard waaien.  heͅt wájə (Beverlo), hardwaaien.  heͅtwójə (Leopoldsburg) III-4-4
hard werken vetvliegen:   hard werken (Kerkhoven), zwoegen:   ech hɛm hārd mūtə wɛrkən (Sint-Huibrechts-Lille), ech hɛm hɛt mutən wɛrkən (Peer), hard weireke (Oirlo), ich heb haat motte werreke (Kuringen), ich heb haord moeten werken (Overpelt), ich hem haard moeten werken (Eksel) II-6, III-1-4
hard worden opstijven:   hart wǫrǝ (Ottersum), ruw worden:   ze wɛren hŏrt (Overpelt), sluiten (van grond):   haat weine (Jeuk), hard waere (Venlo, ... ), hard worden (Meeuwen), heͅt wønə (Kwaadmechelen), verkillen:   hárd werre (Venray) II-8, III-1-2, III-4-4
hard-öl hardingsmiddel:   hē̜ǝt˱ø̜ǝl (Kerkrade  [(voor het harden van beitels)]  ) II-11
hardbak hardingsbak:   hē̜ǝt˱bak (Spekholzerheide) II-11
hardboard vezelplaat:   hart˱bǫrt (Maastricht) II-12
harde harde, lastige grond:   hārdǝ (Tungelroy) I-8