e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
goed de baas zijn iets (leren) beheersen:   goed de baas zien (Oirlo) III-1-4
goed deraan vrolijk:   good draan (Tungelroy) III-1-4
goed derop vrolijk:   good teraap zeen (Neer) III-1-4
goed dienen dienstplicht doen:   gōēn dēne (As) III-3-1
goed dijen dik worden:   gōt˂ diə (Schinnen) III-2-3
goed doen aanstaan:   Det zal em good doon (Neeroeteren), zijn tevredenheid betuigen:   goot dôên (Amstenrade), (cf. "dat deit miech good").  good doen (Maastricht) III-1-4
goed doordorsen maat houden bij het dorsen:   gu dōrdøsǝ (Berverlo) I-4
goed doorpraten overleggen:   good daorpraote (Sevenum), good doorpraòte (Sevenum) III-3-1
goed dragen dragen, gezegd van ijs:   dreugtj good (Neer), het i-js dreegt good (Bree) III-4-4
goed drijven goed voren:   gōt ˲drīvǝ (Haelen) I-1