e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
galpen gieten, hard regenen: het wetter galpt oit de reingelbuis  galpt (Vliermaalroot), veel drinken:   gal"pe (Beverlo), galpen (Beverlo) III-2-3, III-4-4
galsteen galsteen:   (gal)sjtein (Roermond), chalstein (Grevenbicht/Papenhoven), gal (Merkelbeek), galsjteen (Oirsbeek), galsjtein (Maasniel, ... ), galsjting (Epen), galsjtê (Wijnandsrade), galsteen (Gennep), galstein (Blerick, ... ), galstene (Eys), galstiejn (Meijel), galstīën (Oirlo), gálstein (Venlo) III-1-2
galstong smalle weegbree:   galstǫŋ (Echt, ... ) I-5
galvanisébuis pijp, buis:   galvānisēbø̜js (Houthalen, ... ) II-11
gam haagbed:   gam (Loksbergen) II-8
gamasche gamasche: Een lederen been, over de bottine gedragen, dat gaat van de wreef tot juist onder de knie. Die slobkous bestaat uit één stuk nogal taai leer, onderaan over een zevental centimeter en aan de rechtstaande randen over de gehele hoogte en breedte van een drietal centimeter gevoed met dunner en zachter leer. De bovenrand is proper omgeslagen naar binnen en genaaid. Zij wordt, te beginnen bij de voorkant, rondom langs de buitenzijde van het been gedraaid om terug aan de voorkant drie tot vier centimeter te komen overlappen. Onderaan in de voering is een plat metalen kokertje ingebouwd met een smalle opening van ongeveer 12 mm. lang in het buitenleer. In het kokertje schuift men de punt van een metalen veer die een twintigtal millimeter uit de voering van de overlappende rand uitsteekt. Bovenaan is op de buitenkant van de slobkous een riempje bevestigd dat van de binnenzijde naar de buitenzijde door een opening in de overlapping wordt gestoken en teruggebracht wordt naar een gesp (gaspel) die opgeniet is juist voorbij het begin van het riempje.  kamaš (Montzen), groflinnen beenwindsel:   kemasje (Jabeek), korte laars:   kamarsj (Roermond), kamasch (Lontzen), kamasj (Waubach), kamàsj (Mheer), komarschen (Rekem), kámŏsj (Maastricht), Verouderd.  komáše (Opgrimbie), laars (alg.):   ka`maš (Teuven), kamasj (Egchel, ... ), kemasj (Tungelroy), kermasj (Ulestraten), kremasch (Schimmert), Fr. gamache (slobkous).  kamasj (Maastricht), zonder schoen  kamasj (Neeritter), laars met sluitriempje:   kamasch (Mechelen), kamasj (Nunhem), met vraagteken  kemasje (Haelen), laars tot of boven de knie:   kamaasj (Kerkrade), kamas (Gennep), kamasch (Mechelen, ... ), kamasche (Valkenburg, ... ), kamasj (Amstenrade, ... ), kamasje (Beek, ... ), kamassje (Maastricht, ... ), kamosj (Zichen-Zussen-Bolder), kamsje (Roermond), kemas (Gennep), kemasj (Einighausen, ... ), kemàsh (Maastricht), kermasje (Echt/Gebroek, ... ), komasjen (Heythuysen), komasse (Merselo), kàmásj (Maastricht), kààmasj (Hoensbroek), kəmaš (Eisden), Schacht met knoopjes.  kamasj (Nunhem), laarzeschacht:   kamas (Milsbeek), kamaš (Doenrade), leren beenkap:   gamašə (Mechelen-aan-de-Maas), gëma`sj (Tongeren), kaamasj (Sittard), kaamasje (Mechelen), kallemasse (Hout-Blerick), kamaasj (Kerkrade), kamarsje (Roermond), kamas (Meerlo, ... ), kamasche (Brunssum, ... ), kamaschje (Heerlerheide, ... ), kamasj (Heerlen, ... ), kamasje (Amstenrade, ... ), kamasjen (Urmond), kamasse (Tegelen, ... ), kamassje (Klimmen), kamaš (Mechelen-aan-de-Maas), kamašə (Teuven), karmarsje (Borgharen), kelmazze (Tungelroy), kemarsje (Posterholt), kemas (Venlo, ... ), kemasje (Einighausen, ... ), kemasju (Mesch), kemassche (Heerlen, ... ), kemasse (Baarlo, ... ), kemassje (Herten (bij Roermond), ... ), kemazze (Venray), kermarsje (Ulestraten), kermasche (Meerssen), kermasje (Beek), kermasse (Heythuysen), kollemasse (Hout-Blerick), komasse (Boekend), kommassje (Herten (bij Roermond)), kremâsche (Schimmert), kəmajə (Boorsem), kəmas (Tongeren), kəmašə (Eisden), [Bet.?]  kamasje (Schinnen), b.v. Bïj een soldaotepak.  kamas (Gennep), kemas (Gennep), Beenkappen.  kamàsje (Doenrade), Deze beenkappen hadden aan de achterkant een beetje ronde kuitvorm. Ze werden vooral gedragen bij het werk "op t veldj"en wel in het bijzonder bij het ploegen. Ze werden aangebracht van onder de knie tot over de schacht-bovenkant van de "akkersjóon", over de werkbroekspijp heen. Zo goed als uitgestorven. Cfr. ook par. 34: De Kleding, p. 441.  këmasj (Herten (bij Roermond)), Fr. gamache (slobkous).  kamasj (Maastricht), Fr. gamasche (=slobkous). Zie ook afb. p. 214.  kemasj (Gronsveld), leren omhulsel onder de knie tot op de bouwschoenen  kemasse (Oirlo), tot de knie ongeveer  kamasje (Neeritter), Vgl. Du. Gamasche.  kamasj (Boorsem), Zeldz. k`lmás.  kemas (Tungelroy), Zie ook afb. p. 128.  kemajsje (Roermond), Zie ook afb. p. 142.  kamasj (Kerkrade), rijglaars:   kamasch (Mechelen), kamasj (Nunhem), kamasje (Kerkrade), kemasch (Heerlen), kemasj (Einighausen, ... ), schoen: spotnamen:   kamasche (Valkenburg), kemasje (Einighausen), slobkous:   camache (Amstenrade, ... ), camacke (Geulle), camarchen (Heer), camasje (Dieteren), cammasj (Gulpen), commas (Ospel), gamashe (Beegden), gamat (Val-Meer), ka-marsch (Epen), kamache (Brunssum), kamas (Afferden, ... ), kamasch (Lutterade, ... ), kamasche (Horn, ... ), kamasj (Asenray/Maalbroek, ... ), kamasj(e) (Itteren), kamasje (Buchten, ... ), kamasse (Bergen, ... ), kamassen (Maasbree), kamasše (Oirsbeek), kamašje (Hulsberg), kammasch (Valkenburg), kammassje (Eys), kemache (Haelen, ... ), kemarsche (Amby), kemas (Arcen, ... ), kemasche (Puth), kemasje (Buggenum, ... ), kemasse (Meijel, ... ), kemašj (Stevensweert), kemusse (Lottum), kommarsch (Meerssen), kommase (Sevenum), kommasje (Linne), kəlmasə (Hout-Blerick), kəmasj (Berg-en-Terblijt), kəmasə (America), beenlappen  gamasje (Nunhem), bij vuil werk wordt n leren beenbedekking (vanaf knie tot enkel) gebruikt  kammasjen (Gulpen), Fr. gamache (slobkous).  kamasj (Maastricht), gewoonlijk van leer  kamas (Steyl), in leer  komarsj (Born), Losse schacht op schoen of klomp.  kàmàs (Milsbeek), mv.  ke-mas-se (Blitterswijck), ook vrijpostig vrouwspersoon  kamasch (Heerlen), ps. boven de eerste a staat nog een ?; deze combinatieletter is niet te maken, omgespeld is het inderdaad een a.  kamasj (Susteren), ps. invuller twijfelt over dit antwoord.  kamasj ? (Heek), ps. omgespeld volgens Frings.  kamasj (Eys), slobkous  kamažə (Bocholtz), van leer  gamaschen (Venlo), kamasse (Venlo), zacht  kemasse (Meerlo), Zie ook afb. p. 128.  kemajsje (Roermond), zijn van leer  klamasse (Roggel) II-10, III-1-3
gamascheschoen laars tot of boven de knie:   kamassje-sjoon (Klimmen) III-1-3
gamaschetje korte laars:   kermersjke (Ulestraten), slobkous:   gamatjes (Zichen-Zussen-Bolder) III-1-3
gamel eetketel:   gamɛl, gǝmɛl (Klimmen), etensketeltje:   gamɛl (Bocholt, ... ), kəmeͅl (Tungelroy), invuller is niet zeker van het antwoord  gamel (Bree), m. mv. gam\'ls  gamɛl (Borgloon), mv. ~\\ of ~ls  gəmeͅl (Wellen), v.  gamɛl (Hasselt), vr.  gameͅl (Sint-Truiden), zoals bij soldaten  gamɛl (Kaulille), soepketeltje:   gamel (Eksel), gamɛl (Lanklaar), gemmel (Eksel), nadruk optweede lettergreep  gamɛl (Hoeselt) III-3-1, II-8, III-2-1
gamel (<fr.) veldfles: Van Dale: gamel (&lt;Fr.), eetketeltje (van soldaten, gevangenen etc.).  gàməl (Loksbergen)