e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
die het barrier pacht tolgaarder:   dê et breer pach (Heek) III-3-1
die het eerste ruikt, heeft zijn vot gebruikt geluidloos een wind laten:   däe het ieëste ruuk, häet zien vot gebruuk (Mechelen-aan-de-Maas) III-1-1
die hierneven buurman:   des is van mien nonk, van mien muder, van dè hie-nève (Opglabbeek) III-3-1
die houdt de zondag niet zondagschender: er is geen zelfst. naamw.  dèè hilt dr zondig neet (Gulpen) III-3-3
die houdt zich niet aan de zondagsrust zondagschender:   di hawt zex ni ɛn də sondəsr"st (Meijel) III-3-3
die huid oprollen de huid oprollen:   (men zegt) rol di huat ǫp (Kerkrade) II-1
die in de kerk rondgaat collectant:   die rondgit èn de kèrk (Hoepertingen), omschrijving  dee gie rònt in de kèrrek (Sint-Truiden) III-3-3
die in retraite (fr.) is retraitant:   dee `s in retrèèt (Sint-Truiden) III-3-3
die is er wel geweest dood (adj. schertsend bedoeld: znd 23, 022b;  die est er weeal gewest (Halen) III-2-2
die is puntelijk nauwgezet; nauwgezet persoon: cf. VD s.v. "I. puntig"1. (verouderd) correct, precies, accuraat, nauwkeurig; cf. s.v. "puntelijk"1. precies, accuraat, nauwkeurig, stipt  déé is puntjələk (Rotem) III-1-4