e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de lood zetten een muur uitloden:   dǝ luǝt ˲zętǝ (Heythuysen) II-9
de loop op de hort op:   də lö:p up (Kanne), de hort op?:   de luip op (Berg-en-Terblijt), verdwenen: Niet meer ter plaatse aanwezig  de luip op (Boorsem) III-1-2, III-3-1
de loop op gaan op de loop gaan:   de luip op goin (Tongeren) III-1-2
de loop opgaan op hol slaan:   dǝ lu̯p ǫp ˲gōn (Maastricht) I-9
de lots afnemen spenen: cf. RhWb (V), kol. 562, s.v. "lotschen II"= saugen, lutschen  de lotsj aafnumme (Geleen) III-2-2
de lots geven spenen:   de loetsj geëve (Gulpen), de lótsj geave (Lutterade), cf. RhWb (V), kol. 562, s.v. "lotschen II"= saugen, lutschen  de lotsj (gééve) (Geleen) III-2-2
de lucht belooft regen wisselvallig weer:   de loch bəlaoftj raegen (Echt/Gebroek) III-4-4
de lucht betrekt wisselvallig weer:   de locht betrêktj (Ell) III-4-4
de lucht in gaan hoog vliegen:   ze goən de loch in (Jeuk) III-3-2
de lucht ingaan omhooggaan:   de loch èngoon (Boorsem), opvliegen:   də lu.ət ˂eͅ.goͅ.a (Eys), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook "klanktabel v.h. Zolders (uitspraak)", aan de achterkant van de laatste pagina!  de lócht i.ngoeë.n (Zolder) III-1-2, III-3-2