e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
ceintuur broeksriem:   centejer (Hasselt), centeure (Hasselt), sentuur (Kortessem, ... ), B.v. Doet maar een ceintuur aan, anders valt oer broek af.  səntyər (Niel-bij-St.-Truiden), Fr. ceinture.  sentūūër (Zonhoven), Rond den buik.  səntyr (Heers), Smallere gordels voor mannen worden riemen genoemd.  sənty:r (Kanne), buikvoorsprong:   sęntȳr (Bilzen), ceintuur:   ceintujr (Hoepertingen), ceintuur (Diepenbeek, ... ), centuur (Eisden, ... ), cintuur (Boorsem), sentuur (Bilzen, ... ), sentúr (Sint-Truiden), sĕntuur (Uikhoven), séntūūr (Tessenderlo), sëntur (Tongeren), sənty.jr (Wellen), B.v. Rok mit n breij sentuur.  sentūūr (Roermond), Et. Fr. ceinture.  sëntür (Tongeren, ... ), korset: Et. Fr. ceinture.  sëntür (Tongeren), singel voor de paardedeken:   ceintuur (Hoepertingen), sjerp:   centuur (Sint-Truiden), sentuur (Borgloon, ... ), çuntuier (Borgharen) I-10, II-7, III-1-3
ceintuurlus lusje van de ceintuur:   ceintuurlusch (Heerlen) III-1-3
ceintuurmaat taillewijdte:   sęntȳrmuǝt (Bilzen) II-7
ceintuurtas beugeltas:   sentøurteͅs (Borlo) III-1-3
ceintuurtje ceintuur:   senturke (Bilzen) III-1-3
cel cel:   cel (Afferden, ... ), sęl (Aalst, ... ), sɛl (Amby, ... ), honingcel:   cel (Asenray / Maalbroek, ... ), telefooncel:   cel (Born, ... ), cèl (Schinnen), sel (Kapel-in-t-Zand, ... ), sèl (Heerlen, ... ) III-3-1, III-4-3, II-6, III-3-1
cel (<lat.) gevangenis: Van Dale: cel (&lt;Lat.), 1. ieder van een reeks kleine, gelijke, afzonderlijke vertrekken in een klooster, een gevangenis, een krankzinnigengesticht, als verblijfplaats voor één persoon.  cel (Eys)
cel (verkoop) stam van de boom: de stam wordt verkocht per cel (dus van de kruin tot wortel) / stam tss. kruin en voet  cel (Jeuk)
celebreren (<lat.) de mis plechtig doen:   celebrere (Baarlo, ... ), celebreren (Beesel, ... ), celebrére (Wijk), de mès celebrere (Maastricht, ... ), de mès celebrēre (Maastricht), plechtieg opdrage  selebrere (Valkenburg) III-3-3
celibatair vrijgezel: cf. VD s.v. "celibatair"= vrijgezel, ongehuwd manspersoon  selibatair (Leopoldsburg) III-2-2