e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
bijsteken aanlaven:   bistɛ̄kǝ (Horn), bewerken van de duig voor het drogen:   bējstē̜kǝ (Blerick, ... ), bijleggen:   bijsteken (Koersel), steken met een beitel:   bištē̜kǝ (Herten, ... ), bējstē̜kǝ (Venlo), bęjstē̜kǝ (Bilzen) II-12, II-2, III-3-2
bijstig koud guur, kil en schraal weer:   bieëstig kāld (Tienray) III-4-4
bijstig smerig weer guur, kil en schraal weer:   biëstig smerrig waer (Oirlo) III-4-4
bijstig weer guur, kil en schraal weer:   bieëstig waer (Gulpen) III-4-4
bijstige wind stormx:   biêstige wink (Heerlerbaan/Kaumer) III-4-4
bijstoepen knikkertermen: Bè òch spee.l ich nemie, gië poet altèt bèè.! (Vgl. het absolute verbod om dit te voorkomen: bie-poet! Zonh. bèè.stoepe.  bèè.stoepe (Zonhoven) III-3-2
bijstokken zinken:   bištǫkǝ ([Domaniale]), bęjštǫkǝ (Kerkrade  [(Domaniale)]  , ... [Domaniale, Laura, Willem-Sophia, Oranje-Nassau II] [Eisden]) II-5
bijstoten aanstoten:   bē̜stūwǝtǝ (Loksbergen), dorsvloer keren:   bistǫtǝ (Maasmechelen) I-4, II-8
bijswind guur, kil en schraal weer:   bieswink (Eys, ... ), koude noordenwind, bijs:   bieswink (Mechelen), bieswīnd (Houthem), bIsweͅnk (Welkenraedt), biëswink (Vrusschemig), (= noordenwind)  bīsweͅnk (Welkenraedt), bieswind  bis weͅnt (Herk-de-Stad) III-4-4
bijt wak in het ijs:   beet (Buggenum), bĕĕt (Bree), biet (Blerick), bīēt (Arcen, ... ), bĭĕt (Bree, ... ), Opm.: de ie is lang.  biet (Meerssen), Opm.: gerekte ie.  ⁄n bīēt (Helden/Everlo) III-4-4