e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
los leiden losgetuigd leiden:   lǫs lēi̯ǝ (Beverst), lǫs lēǝn (Diepenbeek), lǫs lē̜i̯ǝ (Meeuwen), lǫs lē̜i̯ǝn (Hamont), lǫs lęi̯ǝ (Heerlerheide, ... ), lǫs lɛi̯ǝ (Mechelen), lǫs lɛi̯ǝn (Lommel) I-10
los lopen los draaien:   los lopen (Susteren), lǫs lupǝ (Lummen), lǫs lǫwpǝ (Einighausen, ... ), losgetuigd leiden:   lǫs lǫu̯pǝ (Maasmechelen) I-10, II-3
los maken loteren, los zitten:   los make (Hoensbroek) III-4-4
los moes bladkool, snijkool:   los moos (Herten (bij Roermond), ... ), losch moos (Buchten), lotsj moos (Geulle) I-7
los op de benen onvast ter been (zijn):   los op de béén (Hoensbroek), los op te bein (Meerssen), los op z`n bein (Neerbeek) III-1-2
los op de poten onvast ter been (zijn):   los op de peut zeen (Grevenbicht/Papenhoven) III-1-2
los opliggen balanceren:   lǭs ǫplegǝ (Ordingen), lǭs ǫplīgǝ (Hoepertingen) II-3
los paard losgetuigd leiden:   los paard (Tessenderlo), lus pēi̯ǝt (Kwaadmechelen), lǫs pi̯at (Hees), lǫs pɛ̄rt (Bocholt) I-10
los paard varen losgetuigd leiden:   lǫs pi̯ęt ˲vǭ.rǝ (Tongeren) I-10
los schot achterste schot van de kar:   los šot (Ospel) II-4