e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
loskopig kooplustig:   lòskuipig (Heel) III-3-1
loskrijgen betalen:   ich kan niks van ’m loskriege (Sittard) III-3-1
loskrippelen tornen:   loskrɛpǝlǝ (Leunen) II-7
loskrokken afkoppelen:   lǫskrǫkǝ ([Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]) II-5
loslaten (het) lossen:   hət lòslaotə (As), loslōͅtə (Meijel), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook aantekening van de invuller, op de laatste pagina!  los laotə (Grathem, ... ), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook bijlagevellen met (eventuele) aanvullingen en diverse toelichtingen.  losloate (Wanssum), de ploeg uit de voor laten komen:   ǫslǭtǝ (Mook), de zaag ontspannen:   lǫs lǭtǝ (Mechelen), iemand zijn gang laten gaan:   loslaten (Jeuk), laten uitvliegen:   los laote (Swalmen), los loate (Venray), loslaotə (Beesel), losloate (Weert), lòs laote (Sevenum), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook bijlagevellen met (eventuele) aanvullingen en diverse toelichtingen.  losloate (Wanssum), lichten:   lǫsle̜tǝ (Lauw), rafelen:   loslaotə (Maastricht), uiten:   get loslaote (As) I-1, II-12, II-3, III-1-3, III-1-4, III-3-1, III-3-2
loslieber (du.) zedelijk slecht meisje:   loslīēber (Geleen) III-2-2
loslopen leeglopen:   lǫslø̜j.pǝ (Opglabbeek, ... ), lǫslǫwpǝ (Neeritter, ... ), schorten:   lǫslōpǝ (Leunen) II-3
losmaaien pad aanmaaien:   lǫsmɛi̯ǝ (Maaseik) I-4
losmaken afladen:   lǫsmākǝ (Heusden  [(hooi of koren)]  ), breken van leem- of koffiebanken:   lǫsmǭǝkǝ (Rijckholt), de zaag ontspannen:   lǫsmākǝ (Geulle), hakken, wieden met de hak:   lǫsmākǝ (Beringen, ... ), honing vloeibaar maken:   losmākǝ (Asenray / Maalbroek), hop losmaken:   losmākǝ (Horn), keren:   ǫsmãkǝ (Aijen, ... ), kolen, kool delven:   ǫsmākǝ (As  [(Zwartberg / Waterschei)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]), meer dan een spade diep spitten:   lǫsmāʔǝn (Lommel), ondergronden, woelen:   ǫsmãkǝ (Rothem), ǫsmǭǝkǝ (Rijckholt), onkruid uiteggen, ondiep geploegd (stoppel):   lǫsmāxǝ, lǫsmākǝ (Simpelveld), schoven ontbinden:   lu̯ǫsmǭkǝ (Tongeren), lōsmākǝ (Helden, ... ), lǫsmākǝ (America, ... ), lǫsmāxǝ (Bocholtz  [(nadat men een tijdje gedorst heeft)]  ), lǫsmǫǝkǝ (Opheers), lǫsmǭkǝ (Smeermaas), lǭsmākǝ (Neerpelt, ... ), tornen:   losmākǝ (Arcen, ... ), lǫsmāxǝ (Bleijerheide, ... ) I-1, I-10, I-2, I-4, I-5, I-8, II-12, II-2, II-5, II-6, II-7
losmaken met de cultivator cultivateren, met de cultivator werken of bewerken:   lǫsmākǝ met ˲dǝ kølǝvātǝr (Horst) I-2