e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
lichte zonde dagelijkse zonde:   liətə zøŋ (Montzen) III-3-3
lichte, een - duif die licht van bouw is:   ein lichte (Echt/Gebroek), lichte (Jeuk), liete (Eys), ligte (Geleen, ... ), n’ lichte (Tongeren), duif met grotere kleurschakeringen:   ’ne lichte (Klimmen), prostituée:   ’n lichte (Eigenbilzen) III-2-2, III-3-2
lichte, een ~ <naam>:   lichte (Echt/Gebroek) III-3-2
lichtekooi prostituée:   lichtekooëj (Herten (bij Roermond)), lichtekōej (As), zedelijk slecht meisje:   lichte kooi (Meeuwen), lichtekuuj (Bree) III-2-2
lichtemis maria-lichtmis:   leechtemis (Ell, ... ) III-3-3
lichten bliksemen:   liĕg (Blerick), ut leecht (Blerick), de klok met ingestopte ringen terug naar het lokaal brengen:   klok lichte (Venray), de snoeren belichten:   lextǝ (Heerlen  [(Emma)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]), een ei schouwen:   lixtǝ (Paal), lēxtǝ (Bree), graan verminderen:   lextǝ (Maaseik), lixtǝ (Rutten, ... ), in de doodskist leggen:   lichten (Eksel), licht geven:   lichte (Zonhoven), Dij la.mp licht goet: die lamp geeft veel licht  lichte (Zonhoven), lichten:   lextǝ (As, ... ), lichten (Paal, ... ), lixtǝ (Kaulille, ... ), løxtǝ (Lanaken, ... ), lø̜xtǝ (Kessenich), līxtǝ (Gutschoven, ... ), optillen:   leXtə (Zichen-Zussen-Bolder), li.chtə (Hasselt), li.xtə (Veulen), lichte (Bilzen, ... ), lichten (Eksel, ... ), lichtə (Loksbergen, ... ), liechte (Wellen), ligtə (Montfort), lixtə (Heers), līxtə (Hees), luchte (Beek, ... ), luchten (Amby, ... ), luchtə (Doenrade, ... ), lugte (Amby), lugtə (Brunssum, ... ), luuchte (Schinnen, ... ), luugte (Noorbeek, ... ), lūchtə (Nieuwenhagen), lŭchte (Heer, ... ), løXtə (Horn), løͅchtə (Maastricht), lûûgtə (Schimmert), Anders (dan in kaartspel).  lixtə (Berg), term uit het kaartspel  liXtə (Moelingen), schitteren:   leechte (Weert), schoven opschudden:   lextǝn (Hamont, ... ), løxtǝ (Schimmert), lǫxtǝ (Maasniel), verslachten:   (het vlees) lext (Tungelroy), voor het eerst s avonds de lamp aanmaken:   leegte (Schimmert), voorrooien:   løxtǝ (Smeermaas), weerlichten:   leechte (Brunssum, ... ), leechtə (Heerlerbaan/Kaumer), leegtə (Maastricht), leejgten (Velden), ⁄t liêtet (Kerkrade), wortels rooien:   lextǝ (Herten, ... ), lø̜xtǝ (Nunhem) III-4-4, III-4-4, I-12, I-4, I-5, I-8, II-1, II-3, II-5, III-1-2, III-2-1, III-2-2, III-3-2, III-4-4
lichten (mv.) dageraad:   de leechte (Weert)
lichten (ww.) dageraad:   leechte (Weert)
lichtens licht, steenlicht:   lextǝs (Bree, ... ) II-3