e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kwaadvertellen lasteren: (kood = kwaad).  kood vertellen (Eigenbilzen) III-1-4
kwaadwerk verrichten prutsen:   kwaaiwerk verrichten (Tessenderlo) III-1-4
kwaadzeggen lasteren: ook materiaal znd 30, 01  koatzegge (Duras), kôâdzegge (Opitter) III-1-4
kwaagt dal, vallei:   kwaagt (Ospel), veenlaag:   kwaxt (Kwaadmechelen), voorde, doorwaadbare plaats:   kwaagt (Ospel) III-4-4
kwaai fluim: ? WNT: kwat, (mnl. quat, daarnaast ook quad): Speeksel, in verkleinvorm: kleine fluim of kwalster.  kwaaij (Nunhem), kwaaj (Baexem, ... ), grote hoeveelheid, hoop:   kwaaj (Tungelroy) III-1-2, III-4-4
kwaaien fluimen uitspuwen:   kwajje (Panningen) III-1-2
kwaaimre kwaadspreekster:   komeer (Leopoldsburg) III-1-4
kwaaimuil kwaadspreekster:   kóimaul (Tongeren), vrouw die gaarne kwaad spreekt:   kóimaul (Tongeren) III-1-4
kwaaitong kwaadspreekster:   kaai taung (Gelinden), kaodtoeng (Nieuwerkerken), kaoitong (Kaulille), kaojtóng (As), kautaung (Ulbeek), kauətaung (Ulbeek), koei-tōŋ (Vroenhoven), koeitong (Maastricht), koej tong (Maastricht), koejtong (Maastricht), koew tong (Borgloon), koi tuŋ (Sint-Truiden), koijtong (Sint-Truiden), koitoŋ (Genk), koj tong (Hoeselt, ... ), kojtoeng (Sint-Truiden), kooetoëng (Wellen), kooi toong (Genk), kooi-tong (Jeuk), kooitong (Beverst, ... ), kooitoong (Genoelselderen, ... ), kooitŏng (Millen), koojtong (Zichen-Zussen-Bolder), kootaung (Hoepertingen), kooëtong (Voort), kouei tông (Houthalen), koujtong (Houthalen), kouətoeng (Zepperen), kow tong (Heugem), kōetuŋ (Herk-de-Stad), kōi̯toŋ (Zichen-Zussen-Bolder), kōͅjetoeng (Hasselt), kōͅjtoeng (Hasselt), kŏĕi-tong (Vroenhoven), koͅi̯tong (Diepenbeek), koͅi̯tou̯ŋ (Sint-Truiden), koͅi̯tøͅŋ (Mechelen-aan-de-Maas), kuitong (Peer), kuitoŋ (Lanaken), kuoͅjtoŋ (Zonhoven), kūətōŋ (Mettekoven), kwaa tong (Sint-Huibrechts-Lille), kwaaitong (Leopoldsburg, ... ), kwao tong (Hoepertingen), kwatong (Ophoven, ... ), kwatoong (Wellen), kóitóng (Tongeren), köjtong (Mechelen-aan-de-Maas), kø͂ͅtən (Borgloon), ⁄n koej tong (Caberg), als Fr. jaune  kautaung (Wilderen), de o niet omgespeld  koͅi̯toŋ (Opglabbeek), de tweede o niet omgespeld  koͅətoŋ (Hamont), oo van toong kort  kooitoong (Lauw), ooi is kort  kooi taung (Genk), kwaadspreker:   koajtoeng (Lanklaar), koajtōōeng (Elen), koeitong (Simpelveld), koejtóng (Maastricht), koitong (s-Herenelderen), koj tong (Hoeselt), kojtoung (Kortessem), koowjtong (Jeuk), kooëtong (Wellen), kowəjtoŋ (Zonhoven), kōətoͅŋ (Voort), kōͅjtoͅŋ (Aalst-bij-St.-Truiden), kwaojtông (Herten (bij Roermond)), kòòëjtòng (Zonhoven), kójtoeng (Sint-Truiden), ⁄n koej tong (Caberg), vrouw die gaarne kwaad spreekt:   kóitóng (Tongeren) III-1-4
kwaaitongen lasteren: ook materiaal znd 30, 01  kooitongen (Rijkhoven) III-1-4