e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kruipbeestjes kruipend ongedierte:   krøͅbiəskəs (Leopoldsburg) III-4-2
kruipdieren kruipend ongedierte:   krupdērə (Sint-Martens-Voeren) III-4-2
kruipen druppen, druppelen:   dem ⁄t dak kroupen (Beverlo), kraupe (Hoeselt), kroapen (Hechtel, ... ), kroepen (Rijkhoven, ... ), kroupe (Bilzen, ... ), kroupen (Beverlo, ... ), krōpə (Rosmeer, ... ), kruepen (Paal), krupən (Hamont, ... ), krôûpen (Ulbeek), kəruiepen (Paal), ps. boven de u staat nog een ~; deze combinatieletter is niet te maken/om te spellen.  kro͂upen (Ulbeek), ps. omgespeld volgens IPA.  kroͅpən (Eigenbilzen, ... ), flikflooien: ook materiaal znd 23, 55  kroapen (Vliermaal), kruipen (Kessenich), klauteren:   kra-pe (Nieuwerkerken, ... ), kraoipen (Lommel), krape (Sint-Truiden), krapen (Wilderen), krapə (Mielen-boven-Aalst), kraupe (Heppen), kraupen (Sint-Lambrechts-Herk), kreijpen (Sint-Truiden), kroepen (Bocholt, ... ), krooupen (Rotem), kroəpən (Tessenderlo), krōēpen (Neerpelt), krōpə (Lummen), krōpən (Diepenbeek), kruipen (Gerdingen), krupən (Hamont), krūpə (Boorsem), konkelen: zie ook het lemma "konkelfoezen"in WBD dl. III, 3.1 (woordverklaring wijkt inhoudelijk iets af)  kroepe (Geulle), kreunen van de pijn:   krypt (Hamont), kruipen:   kruipen (Susteren), krypǝ (Gennep, ... ), krūpǝ (Einighausen, ... ), krǫwǝpǝ (Tessenderlo), sluipen:   kraupe (Bilzen), kraupë (Tongeren), krawpe (Hoeselt), kroeepe (Weert), kroepe (Maastricht, ... ), kroepen (Eksel), kroeppe (Eys), kroewpen (Achel), kroeëpe (Bocholt), kroēpe (Ten-Esschen/Weustenrade), kroope (Vlijtingen, ... ), krope(n) (Eigenbilzen), kropen (Eigenbilzen), kroêpe (Kanne, ... ), krōēpe (Mheer), krōēpə (Heerlen, ... ), kruipe (Kerkhoven), kruipen (Alken, ... ), krupen (Meijel), krŭŭppə (Meijel), krypə (Meeuwen), króupe (As), krôpe (Vliermaal), a-klank zoals in aarde  kraape (Jeuk), op handen en voeten, niet noodzakelijk onmerkbaar  kroeppen (Eksel), vleien:   kroapen (Vliermaal), kruipen (Kessenich) II-3, III-1-2, III-1-4, III-3-1, III-4-4
kruipend kruipend ongedierte:   kroepend (Hout-Blerick) III-4-2
kruipend gewormt kruipend ongedierte:   krupənt gəwø.rmt (Neerpelt) III-4-2
kruipend ongesiefer kruipend ongedierte: eigen spellingsysteem  kroepend ongesiefer (Valkenburg) III-4-2
kruipende boterbloem egelboterbloem: idiosyncr.  kruipende boterbloems (Sittard), kruipende boterbloem: eigen spellinsysteem ? ; mij bekend  kruipende boterbloem (Meijel) III-4-3
kruipens balkenbrij:   krūbəs (Opglabbeek), krūi̯bəs (Grote-Brogel), huis, woning:   krufəs (Bleijerheide, ... ) III-2-1, III-2-3
kruiper gluiperd:   kruuper (Vijlen), huichelaar:   kroeper (Maastricht), vleier:   kreiper (Spalbeek), kroeper (Vroenhoven), kroper (Koersel), krouïper (Lommel), krupper (Opglabbeek) III-1-4, III-3-1
kruiperig gedwee:   kroepərig (Maastricht), gluiperig:   krōēpərig (Nieuwenhagen) III-1-4