| 22354 |
kokkernellen |
al dansend draaien:
kokkernellen (Q001p Zonhoven),
een tol op de hand laten draaien:
kokkernellen (Q001p Zonhoven),
met een drijftol spelen:
koekernellen (L353p Eksel),
(ww.)
koekkernellen (L353p Eksel),
Afl. sub *kokkernel.
kòkkernélle (Q001p Zonhoven),
Koekkernellen"was eerder moeilijk. Om te beginnen moest je de onderzijde van de paddenstoeltol tussen duim, wijsvinger en middenvinger nemen en dan na een snelle vinger-draaibeweging de draaiende paddenstoeltol op de grond werpen en onmiddellijk deze draaibeweging aanwakkeren en draaiende houden door een dopkoord of een smak (zweep).
koekkernellen (L353p Eksel),
werkwoord: kokkernellen
kokkernellen (Q001p Zonhoven)
III-3-2
|
|
| 22655 |
kokkernol |
drijftol:
koekernol (Q163p Berg, ...
Q157p Jesseren,
Q157p Jesseren,
Q168p s-Herenelderen,
Q075p Vliermaalroot),
koekkernol (Q155a Neerrepen),
kokkërnol (Q077p Hoeselt, ...
Q077p Hoeselt),
koͅkərnol (Q077p Hoeselt),
kukərnol (Q074p Kortessem, ...
Q080p Vliermaal),
kukərnōͅl (Q074p Kortessem),
/
kokkërnol (Q077p Hoeselt),
Dit jongensspeeltuig kende verschillende benamingen; hier hoerden wij koenkernòl en koekerel.
koekernò`l (Q074p Kortessem),
paddestoelvormig
koekernol (Q157a Overrepen),
priktol:
koekernol (Q163p Berg),
koͅkərnol (Q158p Riksingen),
kukərnul} koekernol (Q080p Vliermaal),
M. kòkerel.
konkernol (Q113p Heerlen),
zelfgemaakte tol:
koekernol (Q157a Overrepen)
III-3-2
|
|
| 22641 |
kokkernollen |
met een drijftol spelen:
koekernolle (Q157a Overrepen),
koekernollen (Q163p Berg, ...
Q075p Vliermaalroot),
koekkernollen (Q155a Neerrepen),
Afbeelding pag. 160.
kokkërnolle (Q077p Hoeselt),
Doormiddel [sic] van een fijn koordje wordt de kokkernol, lijk een tol, in beweging gebracht. Als hij eenmaal in beweging is, wordt hij, doormiddel van een fijn koordje dat vastgemaakt is aan een stokje, aangezwengeld. t Is de bedoeling dat de kokkernol zo lang mogelijk blijft rondtollen.
kokkërnollë (Q077p Hoeselt),
met een priktol spelen:
koekernollen
kukərnulə (Q080p Vliermaal),
met een zelfgemaakte tol spelen:
koekernolle (Q157a Overrepen)
III-3-2
|
|
| 22655 |
kokkerol |
drijftol:
koekerol (Q169p Membruggen),
[sic]
kūkərōl (Q170p Grote-Spouwen)
III-3-2
|
|
| 22655 |
kokkersillie |
drijftol:
koekkersillie (L353p Eksel)
III-3-2
|
|
| 22655 |
kokkersnel |
drijftol:
[sic]
kokkersnil (L417p As)
III-3-2
|
|
| 24189 |
kokmeeuw |
kokmeeuw:
(kok)mei̯əw (K278p Lommel),
kokmeeuw (L378p Stevensweert),
kokmieuw (Q095p Maastricht),
kokmieêw (L246p Horst),
kokmieëw (Q203p Gulpen),
kokmiëuw (L271p Venlo),
kokmîêw (L289p Weert),
koͅkmeͅu̯ (L265p Meijel),
koͅkmīw (L372p Maaseik),
eigen spelling; omgespeld
koͅkmēu̯ (L373p Roosteren),
Frings
koͅkmiw (Q004p Gelieren/Bret)
III-4-1
|
|
| 19537 |
kokosbezem |
zachtharige bezem:
zachtharige bezem
kokusbessem (Q121b Spekholzerheide)
III-2-1
|
|
| 19566 |
kokoskwispel |
handveger, stoffer:
cocos-kwispel (Q118p Schaesberg)
III-2-1
|
|
| 25873 |
kokosschillen |
bindmiddel:
kōkǫsšɛlǝ (Q018p Geulle)
II-2
|
|